Daarom, toen wij het niet
meer uithielden, achtten
wij het goed alleen in Athene
achter gelaten te worden.
1 Thessalonicenzen 3:1
Het was geen ongeduld bij
Paulus, maar de liefde van
Christus drong hem. Er was
grote betrokkenheid bij de
gelovigen in Thessaloniki.
En dat was wederzijds; de
gelovigen daar waren zeer
biddend betrokken bij het
grote werk, dat Paulus in
Gods genade kon en mocht
doen. Daarom besloten zij
(Paulus, Timotheüs, Lukas
en anderen) uit elkaar te
gaan waarbij Paulus in elk
geval in Athene bleef. Daar
sprak hij op de Areopagus
en kon hen, die nog maar
pas geloofden, bijstaan en
bemoedigen.
En zo, geduldig zijnd,
verkreeg hij de belofte
Hebreeën 6:14
Tegen alle verwachting in
bleef Abraham in geloof
uitzien, Het ging in tegen
wat hij en Sarah zagen.
Allebei niet meer in staat
kinderen te krijgen.
Toch heeft Abraham niet
in ongeloof getwijfeld aan
de belofte die God gaf.
Dat geduld, wat God in de
oude aartsvader bewerkte,
werd beloond. Izaäk kwam.
In feit was dat opstanding
uit de doden.
Zo ook was het geloof van
Jezus Christus volhardend
en geduldig. Vader maakte
waar wat Hij beloofd had
en de Heer Jezus Christus
stond op de derde dag op
uit de dood.
Licht en duisternis; Paulus werkt steeds met
tegenstellingen. De wandel in het licht van God
is voor de gelovige een natuurlijk gegeven.
Naluisteren: deel A en deel B
zeggend: ”Ik zal jou zegenen,
ja zegenen en zal jou vermeer-
deren, ja vermeerderen!”
Hebreeën 6:14
Dit citaat is uit Genesis 22:17,
het gedeelte waarin Abraham
diep beproefd werd. Zijn enige
zoon van de belofte, Isaäk, die
moest geofferd. Hij bond hem
op het hout, en hij hoorde op
beslissende moment tweemaal
zijn naam: Abraham, Abraham!
Hij hoefde niet werkelijk uit te
voeren wat Jahweh van hem
gevraagd had. Maar hij had het
in gedachten wél gedaan. De
overgave in geloof was volledig.
Hij overwoog, dat God machtig
was hem weer uit de doden te
doen opstaan. Daarop zei God
dat zijn nageslacht zeer talrijk
zal zijn, als de sterren aan de
hemelen en het zand aan zee.
Ook zal het zaad van Abraham
de macht over vijanden hebben.
Dát zwoer God met een eed.
God geve, dat ook wij, uiterst
rijke beloften in Christus Jezus
ontvangen, in diep geloof en
overgave aan Hem leven.
Want aan Abraham beloofde
God – daar Hij níemand groter
had bij te zweren, heeft Hij
bij Zichzelf gezworen
Hebreeën 6:13
God beloofde aan Abram rijke
zegen en dat zijn nageslacht
tot zegen zal zijn. Dat zwoer
God met een eed, bij Zichzelf,
hoger kon niet. De beloften
aan Israël zijn net zo vast, en
de gelovigen zouden daarop
rekenen. Zo’n verwachting is
heel krachtig en geeft ook de
kracht tot toeleven naar die
grote toekomst: de Messias
Jezus zál aanwezig zijn; Hij
zál Zijn voeten op de Olijfberg
zetten. Tenach, de profeten
zijn er vol van. Ook Johannes
sprak van Hem als voorloper.
De Heer Zelf sprak ervan als
de grote Kenner van Tenach.
Hij sprak wat Zijn Vader Hem
te spreken gaf.
In Zijn toespraken benoemt
Hij met nadruk wat aan het
einde van deze boze eon zal
gebeuren; Mattheüs 24, ook
Lukas 17:20-37 en 21:5-36;
lees ze en zie wat aan Israël
gezegd wordt. Onze troost
is wat beloofd is over Zijn
aanwezigheid in de lucht,
we kijken uit naar die dag!
Copyright © All rights reserved.