Woord vandaag
Want wij hebben geen
Hogepriester Die geen
medegevoel kan hebben met
onze zwakheden, maar Één
Die beproefd is in alles in
gelijkheid aan ons, los van
zonde
Hebreeën 4:15
De ‘wij’ hier verwijst naar
de gelovige Israëlieten. Hen
zal het aanspreken, dat er
een Hogepriester genoemd
wordt. Het is een troostvol
woord, dat zij meekrijgen.
De Heer kán meevoelen, in
genade en barmhartigheid,
met de zwakheden.
De actieve verwachting van
het koninkrijk dat aan zou
breken, verflauwde. Daarin
zou naar de Heer opgekeken
worden, Die de kracht kan en
zal geven om uit te blijven zien
naar de heerlijkheid die komt.
De Heer was beproefd in alles;
Hij wéét wat in de mensen is
en wat zij voelen en ervaren.
Natuurlijk geldt dat ook ons,
wij kunnen met en in alles bij
Hem komen; Hij is liefde en
zal ons nooit de deur wijzen.
Woord vandaag
Wij dan, een grote Hogepriester
hebbend Die door de hemelen
gekomen is, Jezus, de Zoon van
God, zouden vasthouden aan
de belijdenis.
Hebreeën 4:14
Dit door de hemelen gekomen
is vermoedelijk op de dag van
Zijn opstanding gebeurd. Eerst
zei de Heer tegen Maria: ‘raak
Mij niet aan’, later op dezelfde
dag kwam Hij te midden van
Zijn discipelen in de opperzaal
en liet Zijn wonden zien.
Waarschijnlijk mochten zij Hem
toen wel aanraken. Mogelijk is
wel, dat Maria Magdalena en
de andere Maria Zijn voeten
hebben (vast)gehouden, zoals
Mattheüs 28:9 ons vertelt. Of
dat vóór of na Zijn uitspraak
over niet aanraken is geweest,
is moeilijk te achterhalen.
In ieder geval heeft Hij aan de
hemelse machten en krachten
laten zien wat er gebeurd was,
of is op zijn minst krachtig en
triomferend dat geheraut, in
Zijn opvaren naar de Vader.
Woord vandaag
Wij dan, een grote Hogepriester
hebbend Die door de hemelen
gekomen is, Jezus, de Zoon van
God, zouden vasthouden aan de
belijdenis.
Hebreeën 4:14
Nu gaat de schrijver verder
met zijn hoofdonderwerp:
De Heer Jezus is de Zoon van
God. Hij komt in de komende
eon in de bijzondere positie
voor Zijn geliefde volk Israël:
Hogepriester zijn.
De belijdenis is: Jezus is de
Messias, de Christus, de Zoon
van God; na Zijn opwekking
uit de dood is Hij als de Zoon
in volle autoriteit gesteld door
Zijn Vader. Hij is verhoogd aan
de rechterhand van God, en
ontving alle volmacht in de
hemel en op de aarde.
Opvallende opmerking is, dat
Hij de hemelen doorgegaan
is. Een aanvullende ‘hint’, die
volgt op de uitspraak van 3:1.
Gelovige broeders uit Israël
zouden luisteren naar wat in
hun dagen ook klonk en zo
deelhebben aan de ophemelse
roeping.