Wantin het allesonderschikken
aan hem heeft Hij níets niet aan
hem ondergeschikt gelaten.
Nu echter zien wij nog niet dat
het al aan Hem onderschikt is.
Hebreeën 2:8b
Op weg naar het einddoel van
God zegt de Hebreeënschrijver
dit. In wezen bepaalde Jahweh,
dat alles onder de voeten van
de Zoon van Adam (Psalm 8:7)
gesteld is. Nu voegt hij toe, dat
wij van nu af aan, en dat is bijna
2000 jaar, nog niet zien dat alles
onder Zijn voeten gesteld is.
Ook in de 1000 jaren zal dit nog
niet zo zijn. Wellicht hadden wij
daar te hoge gedachten van.
Natuurlijk zal de Messias Jezus
met de mannelijke zoon samen
de shalom van Israël met een
ijzeren staf ten opzichte van de
natiën bewaken. Dan zullen de
volkeren, na 1000 jaar, als de
tegenwerker losgelaten wordt,
met als leiders Gog en Magog,
optrekken naar Jeruzalem,
Openbaring 20:7-9.
Dat is de laatste grote opstand,
zij worden door vuur van God
uit de hemel verteerd. Daarna
zal op de nieuwe aarde Israël
weer als regeerder optreden
onder God en het Lam.
Want in het alles onderschikken
aan hem heeft Hij níets niet aan
hem ondergeschikt gelaten.
Nu echter zien wij nog niet dat
het al aan Hem onderschikt is.
Hebreeën 2:8b
Hier bevestigt de schrijver, dat
God alles onder de voeten van
de mens stelt. Terwijl het even
leek, dat het om de mens in ‘t
algemeen ging, gaat het om de
Zoon des mensen.
Vanaf Hebreeën 1:1 is gesteld,
dat Hij de Zoon van God is.
Nu komt de bevestiging over
Psalm 8; het lijkt daar over de
mens te gaan, maar het blijkt
over de Zoon van Adam, de
Heer Jezus te gaan. Hij is die
Mens, zelfs werd Hij iets (en
voor korte tijd) lager dan de
(hemelse) boodschappers
gesteld. God heeft gesproken,
dat alles onder Zijn voeten zal
komen. Een grote toekomst is
voor de schepping weggelegd!
Na de bazuin van God zal de Heer
ons bij de bema openbaar maken wat
betreft onze werken.
Naluisteren: deel A en deel B
dat het evangelie van onze
God tot jullie was gekomen,
niet alleen in woord maar ook
in kracht en in heilige geest
en volkomen zekerheid, zoals
jullie weten. Zo waren wij ook
onder jullie geworden, omwille
van jullie.
1 Thessalonicenzen 1:5
Paulus, met Silas en Timotheüs,
verkondigde het evangelie van
God (Rom.1:1). Zij spraken en
dat was in kracht van heilige
geest en volkomen zekerheid.
Dat kwam over bij luisteraars
en bracht geloof in het hart.
Degenen die tevoren bestemd
waren tot eonisch leven, in die
harten wekte de geest van God
geloof. En wat deden de apostel,
Silas en Timotheüs (en Lukas?)
te midden van hen? In de liefde
van Christus spraken zij de nog
verse gelovigen aan te blijven
bij Gods genade.
dat het evangelie van onze
God tot jullie was gekomen,
niet alleen in woord maar
ook in kracht en in heilige
geest en volkomen
zekerheid, zoals jullie
hebben waargenomen.
1 Thessalonicenzen 1:5
Het woord van God kwam tot
hen via de boodschapper, de
apostel van de natiën.
Met dat woord kwam God zelf
naar hen toe, in het evangelie.
Dat woord is vlees geworden,
genade en waarheid kwam door
de Zoon Jezus Christus.
Als Paulus sprak over zijn Heer,
hoorden de mensen de Vader.
Dat bracht volkomen zekerheid
in de harten en levens van de
luisteraars die het geloofden.
Zo gingen zij met de ogen van
het hart zien wie de Vader en
de Zoon zijn. Het hart van de
Vader werd zichtbaar in hoe en
wat Zijn Zoon deed. En dat was
niet alleen voor uitgekozenen,
zij, u, jij, ik; het is voor allen.
De zekerheid van Gods liefde
en overstromende genade.
Copyright © All rights reserved.