ons onophoudelijk herinnerend
jullie werk van het geloof en de
moeite van de liefde en de
volharding van de verwachting
van onze Heer Jezus Christus,
voor onze God en Vader
1 Thessalonicenzen 1:3
Gebed en dank in Paulus’ hart
voor dit alles. Hij was maar kort
in Thessaloniki geweest; maar
Silas en Timotheüs bleven daar
wat langer tot opbouw.
Wij zien: het geloof, de liefde en
de verwachting. Dé aspecten in
dit beheer van de genade van
God, die blijven totdat de Heer
ons wegroept.
Hier is de waarheid genoemd,
dat geloof wel degelijk werken
met zich meebrengt. Alle critici
verstommen nu, want wat de
Vader ons te doen geeft, kan in
tijden heel veel zijn. Toch blijft
het dan de genade van God die
met ons is, dat is de kracht van
Zijn opstanding!
God geve, dat wij in dit besef
druk bezig zijn in het werk van
de Heer.
Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
De citaten, Psalm 2:7 ‘Mijn
zoon ben jij, Ik heb jou heden
voortgebracht’ en:
‘Ik zal voor hem tot Vader zijn
en Hij zal voor Mij tot Zoon
zijn’ (2Sam.7:14; 1Kron.17:13)
verwijzen in wezen naar de
Messias Jezus Christus.
Het tweede wijst eerst naar
Salomo. Die was in zichzelf
een groot type van Christus.
Zoals altijd verwijzen zulke
bijzondere woorden naar
Hem Die kwam; dé Zoon in
Wie de Vader welbehagen
heeft.
Al de leden van het lichaam
van Christus horen bij Hem;
wij genieten daarom ook van
het welbehagen van Vader.
Dank U wel, ons leven is te
allen tijde in Uw hand.
Paulus wijst op oud en nieuw
gedrag; het oude kwam voort
uit de denkzin en het duistere
hart. Het nieuwe is de denkzin
van Christus.
Naluisteren: deel A en deel B
Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
Hoeveel liefde van de Vader
spreekt hier over Zijn Zoon!
Die is de Eerstgeborene van
heel de schepping. Hij wordt
niet zomaar de Zoon van Zijn
liefde genoemd. Unieke titel
in Kolossenzen 1 met hogere
waarheid dan Hebreeën 1.
De tekst doet ons proeven
van de weergaloze liefde in
de relatie van de Vader tot
de Zoon. Dat geeft meer en
dieper zicht op wat de Zoon
in ’de evangeliën’ over de
Vader zegt. Voor ons maakt
het ook meer duidelijk, hoe
ver de Vader is gegaan door
Zijn eigen Zoon de weg van
het kruis te doen gaan.
Leest Johannes 17 ook niet
anders, nu, in dit licht?
Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
De Heer Jezus, Hij heeft de
Naam die boven alle naam
uitgaat. Als de Zoon van God
zijn hemelse boodschappers
aan Hem ondergeschikt.
Hij was en is de unieke Zoon
van God. Als de Eerste ooit,
in een heel ver verleden, uit
God: de Eerstgeborene van
heel de schepping (Kol.1:15).
En veel later de eniggeboren
Zoon uit Mirjam (Maria). Als
laatste Adam is Hij de Redder
van de mensheid. Omdat Hij
de allerhoogste Zoon is, is
Zijn reddingswerk groter en
breder dan de mensheid.
Zelfs de hemelse machten en
krachten vallen binnen Zijn
bereik.
In Johannes en de brieven
van Paulus is de onderlinge
liefde tussen Vader en Zoon
opvallend. De diepte ervan is
voor ons mensen onpeilbaar.
Het brengt verzoening, niet
van enkelen, maar van het al.
Copyright © All rights reserved.