wat een gelijkenis is voor
de tegenwoordige era, in
overeenstemming waarmee
ook naderingsgeschenken
en offers zijn gebracht, die
degene die God dient niet
konden volmaken, overeen-
stemmend met het geweten
Hebreeën 9:9
In het heilige (‘de eerste
tent’) was veel activiteit.
Het was een gelijkenis met
de tegenwoordige era:
‘de era van Handelingen’.
Een nieuwe tijd brak aan;
de Israëlieten moesten het
nodige leren. Door de dood
en opstanding van Christus
was ‘reiniging van zonden’
(Hebr.1:3) gekomen. Jood
en proseliet zouden daaruit
leren, dat God anders ging
spreken. Eerst de profeten,
nu echter in de Zoon (1:1).
Onder de Thora konden de
naderingsgeschenken (het
qorban) en offers nog niet
het volkomene brengen.
De herhaling was op zich al
een aanwijzing van het nog
onvolmaakte. Het geweten
kon daarom niet definitief
gerustgesteld worden.