Want jullie herinneren je,
broeders, onze moeite en
inspanning: nacht en dag
werkend om niet belastend
te zijn voor iemand van jullie,
hebben wij aan jullie het
evangelie van God verkondigd.
1 Thessalonicenzen 2:9
Paulus werkte nacht en dag.
Hij wilde de gelovigen niet
materieel belasten. Zo kon
hij het evangelie van God in
genade brengen. Zo diep is
hij gegaan en het blijkt een
gezond principe te zijn, dat
voorkomt verkeerd gebruik
van materiële giften en gaven.
Dat er wel Filippenzen waren
die hem van tijd tot tijd wat
gaven, was ongedwongen.
Al wat gegeven wordt aan
het werk van de Heer zou
ongedwongen zijn. Anders is
het genade-karakter ervan
weg. Het was dan de liefde
van God, die Paulus drong
en stuurde.
En er is geen schepsel niet
zichtbaar voor Zijn aangezicht.
Alles nu is naakt en ontbloot
voor Zijn ogen aan Wie wij
rekenschap afleggen.
Hebreeën 4:13
De schrijver verwijst hier in
wezen naar Jeremia 23:24:
Zou iemand zich op verborgen
plaatsen kunnen verbergen en
zou Ik hem niet zien? Spreekt
Jahweh.
Vervul Ik niet de hemelen en
de aarde? Spreekt Jahweh.
Het is dwaas om te denken,
dat je iets kunt doen zonder
dat Jahweh (de Vader) het
weet of ziet. Daarom is het
goed, alles in gebed onder
dank bij Hem te brengen en
daar te laten.
Omdat Vader onze Maker is
en ons dus zo goed kent,
daarom ligt alles voor Hem
open. Dat maakt Zijn genade
heerlijk en groots. Hij schenkt
ons alles wat nodig is, zodat
wij kunnen leven, wandelen,
tot Zijn eer. Ook vandaag kijken
wij opwaarts, naar Hem Die ons
zo bovenmate liefheeft.
Paulus schrijft over ernstige zonden als
hoererij, onreinheid, hebzucht. Maar ook
wat de mond uitgaat. Niet voor niets.
In de diverse brieven moest hij dat schrijven.
Op God gericht leven, dat is tot eer van Hem.
Naluisteren: deel A en deel B
Want levend is het woord van
God, en werkzaam en scherper
dan ieder tweesnijdend zwaard,
en dringt door tot verdeling
van ziel en geest, van zowel
verbindingen als merg, en is
een scheidsman van de
overleggingen en gedachten
van het hart.
Hebreeën 4:12
Het hart is wezenlijk; want van
daaruit functioneert de mens.
Daarom is de roep in Tenach
om het hart te bewaren en te
bewaken, boven alles.
Het woord van God werkt als
een ‘scheidsrechter’, en maakt
onderscheid in ons hart, onze
gedachten. Het bekritiseert de
overleggingen. Ons denken en
hart; zij worden geheiligd en
gereinigd door de uitspraken
van God.
Vooral in Paulus’ evangelie is
de werking diepgaand en laat
zien of onze overleggingen in
alles geestelijk of ziels zijn. Of
misschien zelfs vleselijk.
Steeds weer de toets: wat zegt
de Schrift? En het uitstekende
vasthouden voor onze wandel!
Want levend is het woord van
God, en werkzaam en scherper
dan ieder tweesnijdend zwaard,
en dringt door tot verdeling
van ziel en geest, van zowel
verbindingen als merg, en is
een scheidsman van de
overleggingen en gedachten
van het hart.
Hebreeën 4:12
De toevoeging ‘gewrichten en
merg’ is beeldspraak voor het
feit, dat Gods woorden snijden
tot in het diepste innerlijk van
de mens. Wij kennen ‘door
merg en been gaan’ om aan
te geven hoe diep iets in ons
doordrong. Rond het Woord
is altijd strijd. Paulus zei tegen
Timotheüs ‘kwaad te lijden
met het evangelie in overeen-
stemming met de kracht van
God’ (2Tim.1:8). Je zou met
zo’n heerlijk evangelie dat
niet verwachten, toch klinkt
het uit Paulus’ brief.
Zijn evangelie roept op om het
vlees te kruisigen, samen met
de hartstochten en begeerten
(Gal.5:24); rekenen zoals God
rekent (Rom.6:6). God geve,
dat wij wandelen tot Zijn eer.
Copyright © All rights reserved.