Want wij hebben geen
Hogepriester Die geen
medegevoel kan hebben met
onze zwakheden, maar Één
Die beproefd is in alles in
gelijkheid aan ons, los van
zonde
Hebreeën 4:15
Hij was in Zijn aardse bestaan
als de Zoon van God en Zoon
van Adam, zonder zonde. Hij
was uniek, door heilige geest,
de kracht van de Allerhoogste,
verwekt bij Maria. Zijn geest
was uniek, Hij had bijzonder,
onverbreekbaar direct contact
met Zijn hemelse Vader.
Dat is alles bekendgemaakt
aan de hebreeën. Abram was
dat, iemand die verder trekt,
maar ook Jona noemde zich in
de storm zo. Ook die was, op
reis, en God stuurde zijn lot.
De Israëlieten die leefden in
de periode na de hemelvaart
van de Heer Jezus, waren ook
‘op reis’ naar aanbreken van
het paradijs, het beloofde rijk
onder hun Messias Jezus.
Een beproeving zo lang als de
wederkomst uitbleef. Daarin
was Hij ook nabij, en wist als
geen ander wat in hen omging.
Ook nu is dat zo; de Heer wéét
wat in u, jou en mij omgaat.
Hij is nabij, kent je tranen, leed,
moeite, Hij troost zoals niemand,
geen mens, dat kan.