Na de tweede voorhang is
echter een tent die de heiligen
van de heiligen genoemd
wordt
Hebreeën 9:3
De heiligen van de heiligen is
parallel aan de eonen van de
eonen. De opbouw, structuur
van de tabernakel loopt gelijk
met die van de eonen. In de
Nederlandse UR is een serie
artikelen ‘Gods woonplaats’
geplaatst (en wordt vervolgd!)
waarin dit aan de orde komt.
De tabernakel is de weg van de
hogepriester eens per jaar tot
naarbinnen in het allerheiligste.
Zo is de weg van alle zondaren
tot het einde van de eonen. De
hogepriester verscheen op Jom
Kipoer voor Jahweh.
Zo zullen alle mensen aan het
einde van de eonen de ultieme
heerlijkheid van Jahweh, de God
van Israël, smaken. God zal dan
alles in allen worden – en altijd
blijven ná de eonen.
Na de tweede voorhang is
echter een tent die de heiligen
van de heiligen genoemd
wordt
Hebreeën 9:3
Uit de tweede voorhang blijkt
hoezeer Jahweh’s aanwezig
zijn te midden van Zijn volk
afgeschermd was. De wolk-
en vuurkolom (Shekinah), ja,
die leidde het volk door de
wildernis. En was als zodanig
dichtbij. Toch was de afstand
merkbaar. Direct naderen tot
Jahweh was op Jom Kipoer,
één keer per jaar, mogelijk.
En van buitenaf moest dan
de hogepriester, eerst door
de omheining, de voorhof,
de eerste voorhang, dan het
heilige. Daarna de tweede
voorhang. Prachtig, en toch
sprak het ook van afstand.
Alleen de hogepriester kon
dat doen, mét bloed. Hoe
bijzonder werd uitgebeeld
dat de zondaar later alleen
in, door het kostbare bloed
van Christus tot de Vader in
genade kan naderen!
Want een tent werd toebereid,
de eerste (waarin naast de
lamphouder ook de tafel en
het voorplaatsen van de
broden), die de heilige plaats
genoemd wordt
Hebreeën 9:2
Deze eerste tent (het heilige)
was elke dag bedrijvig; olijfolie
moest bijgevuld. Het reukoffer
werd gebracht. Hoe mooi als
typen ook; het moest steeds
bijgehouden. Het wees naar
iets anders, wat definitief zou
zijn. Dat geldt voor al wat in
deze oude schepping gebeurt;
hoe mooi ook, en het spreekt
van God, de Vader en van Zijn
Zoon. Toch moet deze oude
wereld verdwijnen. Ook dat
werd door het kruis bewerkt.
De wereld werd met Christus
mee gekruisigd. Hij was in de
opstanding de Eersteling van
een nieuwe schepping.
Dan is het werk van de oude
voorbij en komt uiteindelijk
de blijvende rust en vrede, als
de tweede dood er niet meer
is. Dan is God alles in allen!
Want een tent werd toebereid,
de eerste (waarin naast de
lamphouder ook de tafel en
het voorplaatsen van de
broden), die de heilige plaats
genoemd wordt
Hebreeën 9:2
De heilige plaats was de eerste.
De priesters deden dagelijks in
deze ruimte hun dienstwerk.
Daar stonden de tafel met de
toonbroden, de menorah en
het reukofferaltaar. Alles met
goud overdekt of puur goud.
Zij spreken stuk voor stuk over
de Heer Jezus Christus. Tafel is
uitdrukking van gemeenschap.
Onze gemeenschap is van Zijn
Zoon, 1 Korinthiërs 1:9.
Het brood, ja dat is Hij; Hij is
het Woord, het Brood van het
leven, het ware Manna.
De gouden Menorah is type
van Christus als het Licht van
de wereld. Het goud spreekt
van Zijn opstandingsleven, van
koningschap en soevereiniteit.
Alles was ingericht, gemaakt
volgens hemelse voorbeelden
die aan Mozes getoond waren.
Alles was tot eer van Christus
gemaakt en ingericht.
En dat dan nog afgezien waar
de priester eerst langs liep als
deze naar de tent ging. Ook dat
sprak van Hem. Laten wij Hem
in ons hart en gedachten alle
ruimte? Wees bedacht op wat
boven is.
Wie zijn dat? Filippenzen geeft antwoord
en oriëntatie op onze wandel en gedrag.
Paulus benoemt in Filippenzen 3 enkele
zeer belangwekkende aspecten.
Naluisteren: HIER
Copyright © All rights reserved.