Nacht van de theologie

In het Nederlands Dagblad van vandaag (23 juni 2011), werd verslag
gedaan over ‘de nacht van de theologie’ (merkwaardig, deze titel…),
200 theologen discussieerden tijdens een uitgebreid 3-gangen menu
met elkaar.
Volgens professor doctor Herman Selderhuis ging het eigenlijk meer
over religie dan over theologie. Bezoekers (niet-theologen) vonden het
te elitair en/of inhoudsloos.
Het artikel in de krant sluit af met een uitspraak van dr. Selderhuis:

Het ging amper over God, meer over wat mensen van Hem vinden,
of over zingeving. Maar dat is nog geen theologie.

Het is maar dat u het weet, meer viel er eigenlijk niet te melden.

U kunt overigens ook deelnemen aan de Kerkennacht, 25 juni 2011,
van 18:00 uur tot 24:00 uur. Te Rotterdam.

Woord vandaag

‘Het is voor mij steeds duidelijker aan het worden, nu wij nadenken
over de bazuin van God.’

Men kijkt weleens terug naar de Tenach. Daar wordt ook gesproken
over bazuinen. Sommigen denken, dat Paulus in feite daarover sprak.
Men leest dan de Griekse Schrift in het licht van de Hebreeuwse Schrift.
Ofwel: het ‘nieuwe testament’ lezen in het licht van wat in het ‘oude tes-
tament’ geopenbaard was. Dan verklaart men het nieuwe in het licht
van het oude.

‘Daar zit toch wel iets in?’

Het lijkt zo. Zonder wat in de Tenach (oude testament) geopenbaard was
kun je het waarom van zaken in de Griekse Schrift (nieuwe testament)
heel moeilijk begrijpen. Je hebt kennis nodig van de openbaringen die
Jahweh aan Zijn volk gaf. Toch openbaarde Jahweh meer van zichzelf
naarmate de tijd verder ging. Er wordt in de Griekse Schrift veel duidelijk
gemaakt van wat in de Hebreeuwse Schrift nog verborgen was.

‘Noem eens een voorbeeld.’

Nadat Jezus Christus gekomen is, is veel duidelijk geworden van wat in de
Hebreeuwse Schrift geschreven stond. Zoals Hij het verstand van de Emmaüs-
gangers opende en liet zien al wat in de Thora, Profeten en Psalmen op Hém
betrekking had. In Hebreeën 2 zien wij bijvoorbeeld, dat Psalm 8 in feite niet
over de mens gaat, maar over de Ben-ha-Adam, onze Heer Jezus Christus!
En zo is het met al de Psalmen, die spreken over Hem, die komen zou, onze
Heer Jezus Christus!

‘Ah, het begint helder te worden. Paulus noemt schaduwen, en typen.’

Daarover lezen wij in Kolossenzen 2:17, maar ook Hebreeën 10:1 zegt dat. Daar-
door wordt ons verklaard, dat het grote licht pas aangedaan werd, toen Jezus
Christus kwam, Hij ís ook het licht van de wereld. Toen werd ineens veel meer
echt geopenbaard, en begon er licht te vallen op vele Schriftgedeelten van de
Tenach. Met andere woorden: wij zouden de Tenach lezen in het licht van de
Griekse Schrift en niet andersom!

‘Nu begin ik dingen ineens meer te begrijpen. Fijn zo!’

En dit is vanzelfsprekend erg van belang met het oog op de bazuin van God,
het gedeelte in 1 Thessalonicenzen 4:13-18. Je kunt dat helemaal proberen te
verklaren aan de hand van het geven van de Thora op Sinaï, toen er ook ba-
zuingeschal was en Jahweh neerdaalde, maar dan loop je vast. Daarover gaan
wij morgen verder nadenken!


Woord vandaag

‘Opvallend, als je zo’n stukje eens goed bestudeert, dat je echt gaat
zien waar het om gaat. Veel verkeerde uitleg.’

Omdat het niet in de kraam te pas komt van velen die denken dat de
gemeente gewoon weer terug op aarde komt, probeert men met aller-
lei kunstgrepen en andere beweringen de zaak om te draaien. Pas als
je echt de Schrift laat spreken kom je verder. En als dat jouw denken
op zijn kop zet? Nou dat is ook de bedoeling. Dat wij een en ander niet
kunnen vatten, is nog geen reden de Schrift aan te passen aan ons
denken, of aan een (denk)systeem
.

‘Dat kan weleens moeilijk zijn, vooral als het een streep haalt door hoe
mensen bezig zijn.’

Dat de Heer ons leven misschien overhoop schoffelt, dat is Zijn zaak.
Hij verlost ons steeds meer van de tradities van mensen en laat zien
wat er staat. Als je daardoor op een heel ander spoor komt, is dat ken-
nelijk Zijn bedoeling. Hij laat je dan -ook dat is genade- niet in de ver-
keerde lijn van gedachten zitten.

‘Dat ’te midden van de hemelingen’, komt dat voor in Paulus’ brieven?’

Dat staat in Efeziërs 5 keer. Opmerkelijk, want zelfs 5 is het getal dat
met de verborgenheden (geheimenissen) te maken heeft en het is het
getal van de genade. Juist in Efeziërs gaat het om overstromende genade.
Wij lezen in Efeziërs 2:6,7 dat wij een plaats hebben te midden van de
hemelingen in Christus Jezus. In de komende tijdperken (eonen) zal
God door ons de overstijgende rijkdom van Zijn genade en mildheid
tonen,
dáár, te midden van de hemelingen!

‘Dan past het, dat wij weggerukt worden en de Heer in de lucht ont-
moeten!’

Daarom is het zo de wijsheid van de Heer, dat Hij in de eerste brief van
Paulus al bekendmaakt wat de verwachting van de gelovigen in al die
tijd daarna is, totdat de bazuin van God echt klinkt!
Laten wij, uitkijkend naar dat moment, ons vandaag verheugen!

Woord vandaag

‘Zeg, ik ben eigenlijk heel benieuwd te kijken hoe het verder zit met
dat stukje over de wegrukking!’

Er staat, dat de Heer afdaalt van de hemel (vers 16) en wij ontmoeten
Hem in de lucht (vers 17). Er staat nergens, dat Hij dan op aarde komt.
Niets wat er ook maar enigszins op lijkt. Men redeneert door op grond
van de betekenis van Parousia toen en beweert, dat de Heer met de ge-
meente op aarde komt. Dat staat er niet. Het is dus inleg.

‘Je moet dus erg oppassen voor je een conclusie trekt uit zo’n gedeelte.’

Zeker. De vertaling uit de Statenvertaling en NBG ’51 was in vers 17:
‘de He(e)re tegemoet in de lucht’ wekte de gedachte, dat de gelovigen
zelf uitgingen en de Heer zouden binnenhalen op aarde. Dat staat er
echter niet. Gelukkig is de herziene Statenvertaling hier een stuk beter
en vertaalt: ‘naar een ontmoeting met de Heere in de lucht’.

‘Het verschil lijkt maar klein, voor mij. Waarom is het zo belangrijk?

Bij de mensen blijft in de gedachten hangen: ‘de Heer tegemoet in de
lucht’, alsof wij actie ondernemen als we weten dat de Heer in de lucht
is en de bazuin van God klinkt. Dat is totaal de plank mis. Het is echt
ernstig, want het gaat hier om een groot genade-moment. De gemeente
is hier niet actief! De Heer wel! Hij daalt af van de hemel en is aanwezig
in de lucht. Wij worden door Hem weggerukt. Wij ondergaan het. Het
is puur genade!

‘Dat is toch bijzonder, door de vertaling komt steeds weer die gedachte
dat wij Hem tegemoet gaan. Het is andersom!’

Ja, en wij worden weggerukt door de Heer tot een ontmoeting met de
Heer in de lucht
. Niet: wij gaan uit Hem binnenhalen, nee, Hij gaat uit
en haalt ons binnen! Het is dus heel anders dan de lijn: ‘koninkrijk op
aarde is de toekomstige plaats van het lichaam van Christus’.
Dé toekomst van de gemeente die Zijn lichaam is, is in de komende eonen
niet op aarde, maar te midden van de hemelingen!

‘Dat is wel een hele bijzondere verwachting die wij hebben als de leden
van Zijn lichaam!’

Het is juist heel tekenend dat wij de Heer in de lucht ontmoeten. Wij zijn
niet langer op aarde. Het is geen aardse toekomst, dat wordt uit dit stukje
wel duidelijk. En zo zullen wij altijd met de Heer samen zijn, staat er ook
nog bij, terwijl de woorden ‘in de lucht’ net geklonken hebben!