Woord vandaag

‘Die geschiedenis in Handelingen laat wel wat zien.’

De slavin werd door de tegenwerker gebruikt. Het gaat wel verder in
deze tijd. Onze worsteling is niet met bloed en vlees. We zouden stand-
houden tegen de strategieën van de tegenwerker. Zoals ook zelfs een
Petrus tegenstander kon zijn (Mattheüs 16), zo kunnen ook wij bij gele-
genheid door die tegenwerker gebruikt worden. Om zelfs medegelovigen
te raken. Dat gebeurt niet wanneer we zelf die wapenrusting van God aan
hebben gedaan en daarin blijven staan.

‘Belangrijk dat we goed weten wat die methodes zijn.’

Dan kun je nog beter standhouden tegen de listige verleidingen van de
tegenwerker. Ook is er allerlei wind van leer (Efeziërs 4:15), waardoor
verwarring onder gelovigen ontstaat. Het kan zijn, dat zij later geen en-
kel besef meer hebben wat zij geloven. En hoe Gods woord in elkaar
zit. Ze zijn dan, net als de Galaten, het spoor kwijtgeraakt. Of zij worden
grootgebracht in een omgeving vol tradities die afwijken van het Woord.

‘De tegenstander heeft kennelijk veel succes.’

Ja, het is nogal wat als mensen echt uit de tradities loskomen en alleen
de Schrift zelf
willen geloven. Dat gebeurt ook regelmatig. Zelfs gelovigen

gaan dan soms diegenen die er net uit loskwamen, waarschuwen tegen
het paulinische evangelie. Net zoals de gelovigen in Paulus’ dagen van
hem afgekeerd werden,
zo zijn gelovigen misleid en zitten (voor een

deel althans) ook onder allerlei leringen die afwijken.
Het is goed vast te houden aan de Schrift alleen, Christus Jezus alleen,
genade alleen
!

Woord vandaag

‘Dat was gisteravond best weer boeiend.’

De Schrift spreekt aan. Wanneer we luisteren, ons hart is geopend
zoals dat van Lydia, de purperverkoopster in Handelingen 16, dan
komen die woorden van God genezend binnen. Je ziet trouwens in
Handelingen direct reactie ‘van de andere kant’, namelijk dat een
vrouw de apostel en zijn medewerker achterna komt. Zij werd ge-
dreven door een zogeheten pythongeest en dat kan te maken heb-
ben met de god Apollo (denk aan de NASA ruimtevaart).

‘Zij riep toch iets dat niet waar was?’

Dat is heel goed mogelijk, ja. Zij riep dat Paulus en Silas (en Lucas
was er bij, waarschijnlijk) een weg tot redding verkondigden (16:17).
Maar Jezus Christus is de enige weg tot God, de Vader. Het is ook
goed mogelijk dat zij met de allerhoogste God de god Zeus bedoelde,
die niet anders dan de tegenwerker zelf is. Zij was immers beïnvloed
door een andere geest! En dat bracht vurige pijlen voort.

‘Ja, we zien dat die reageert op de prediking van Paulus.’

We zien dus, dat alles de geestelijke strijd ook daar via bloed en vlees
ging. De python geest werkte via die slavin. En haar eigenaren verdien-
den er flink aan, en ook zij werden door de tegenwerker aangestuurd
om te zorgen dat Paulus en Silas (onterecht) in de gevangenis kwamen.
Zo werd het evangelie gestopt, althans dat meenden de satan en zijn
medewerkers. Maar God werkte machtig uit en zo konden velen in de
gevangenis de kracht van God horen en zien.

Woord vandaag

‘Bijzonder, dat wij bij dat koninkrijk van de Zoon horen.

Dat geeft ons rijke, diepe zegen. We zijn met God verzoend door
de dood van Zijn geliefde Zoon. Er bestaat geen enkele belemme-
ring meer om tot God te kunnen naderen. Wij zeggen vol vertrouw-
en ‘Abba, Vader’ en weten ons geborgen in Zijn onmetelijke liefde.
Daarin schenkt Hij ons de rijkste beloften.

‘Geweldig, dat wij zo dicht bij het hart van God zijn.’

Nou en of. We hebben, als het goed is, net als de Kolossenzen de
genade van God in waarheid leren kennen. Dat is een belangrijk
punt, dat in Kolossenzen 1:7 genoemd wordt. Zij hadden die genade
van God in waarheid gehoord en erkend. Dat is heel wat. Wanneer
je je oor opent en hoort wat zoal gepredikt wordt, hoor je wel over
genade, maar meestal wordt dat vermengd met een vorm van wet.

‘Wetticisme is toch overal bijna?’

Men vervalt vroeg of laat tot een vorm van wetticisme. Soms in lich-
tere, en soms in zeer sterke mate. Zo vind je dat bijvoorbeeld terug
in allerlei soorten gereformeerd in Nederland. Geen genade wordt
meer gepredikt, maar wet. Men heeft het dan ook over wet en evan-
gelie
, alsof die twee moeiteloos naast elkaar kunnen bestaan.

Het is echter óf wet óf genade. Deze twee gaan niet samen.

Daarom is het zo opmerkelijk wat in Kolossenzen 1:7 staat.

Dat is het, en later kwamen daar toch de judaïsten die ook deze
gelovigen wisten om te turnen tot dat wat geen evangelie is. Nader-
hand moest de apostel immers schrijven, dat allen in Asia van hem
afgekeerd werden. Dat wijst op een activiteit van anderen, die de gelo-
vigen om wisten te turnen (te draaien). In elk geval wisten de Kolos-
senzen toen nog op de juiste weg te blijven…  

Woord vandaag

‘We hebben die bijzondere plaats van Hem gekregen.’

We zijn in het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde. Dat is geen
aards koninkrijk. Als dat wel zo was, zou het nu ergens op aarde
te vinden zijn. Maar dat is het niet. Het karakter van onze tijd is,
dat de geheimenissen of verborgenheden bekendgemaakt zijn aan
de leden van het lichaam van Christus. Wij, u/jij en ik zijn leden van
dat lichaam. Het beheer van het geheimenis (Efeziërs 3:9) werd in
Paulus’ gevangenschap in Rome door hem bekendgemaakt.

‘Dit koninkrijk is dus nu alleen geestelijk?’

Dat kan niet anders. Het is nergens op aarde zichtbaar. Letterlijk
is een koninkrijk een gebied op aarde, dat geregeerd wordt door
een koning. Nu Kolossenzen 1:13,14 zegt, dat wij horen bij dat
van Gods Zoon, blijkt dat dit woord ‘koninkrijk’ wordt gebruikt
als aanduiding van een geestelijke regering. De Zoon regeert wel
over de gelovigen, maar dan boven, te midden van de hemelsen!

‘Dat moet wel, anders is het heel vreemd.’

We hebben geen rijk op aarde. Dat dacht de kerk wel, die door
toedoen van Constantijn de grote destijds een staatskerk werd.
De pausen organiseerden later zelfs de vreselijke kruistochten
om het gebied van de kerk op aarde uit te breiden. Dat was een
voorbijgaan aan de inhoud van de geheimenissen, die over de af-
gelopen 2000 jaar gaan.

‘Wanneer wordt dan iets zichtbaar van ons koninkrijk?’

Dat zal ná de bazuin van God zijn. Dan is het lichaam van Christus
voltallig boven, bij de Zoon. Nadat bij het erepodium (bema) het
loon is uitgedeeld en allerlei tussen broeders en zusters is wegge-
daan, rechtgelegd door Hem, gaan wij in onze hemelse bediening.
Dan wordt daar, bij de hemelsen, in het domein wat ons is toebe-
deeld, het koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde merkbaar en voor
zover mogelijk, zichtbaar.

Woord vandaag

‘Die vrijkoping, is ook een fijn aspect.’

Ja die wordt in Kolossenzen 1 gezet in de sfeer van verzoening.
Omdat het in 1:13,14 draait om de Zoon van Zijn liefde. En de Zoon
ging door de dood heen tot verzoening van ons en heel de wereld.
Er lopen steeds twee lijnen: het bloed van Christus spreekt van wat
Hij deed en is bedoeld voor zondaren (dat wat wij deden), brengt
rechtvaardiging om niet en in Zijn bloed.

‘Daar heb je weer iets, dat opvalt.’

De andere lijn is, dat de Zoon door de dood heen ging. Dat spreekt
van wie Hij is. En het is verbonden met liefde, want Vader en Zoon
zijn innig verbonden met een onlosmakelijke band van liefde. Het
is bedoeld voor wie wij zijn/waren, namelijk vijanden. Zijn dood
brengt verzoening en levert een liefdesband op tussen Vader en
ons als zonen.

‘Ah ja nu zie ik het. In Kolossenzen 1 zien we de Zoon.’

En het vervolg tot en met vers 23 staat in het teken, de verbinding
met Vader door de Zoon van Zijn liefde. Dat stijgt uit boven zijn ti-
tels als de Gezalfde (Messias, Christus) en spreekt ook van hogere
waarden. Tot en met vers 23 lees je niet Christus, die titel komt
pas weer in vers 24 naar voren. Ook dankt de apostel de Vader in
vers 12. Daarna lezen we het plan van verzoening door de Zoon
van Zijn liefde
. Wij zijn dus van meet aan in Hem onlosmakelijk ver-

bonden met de Schepper, die ook onze Verzoener is!