Woord vandaag

‘Duidelijk wat betreft de goede werken. God heeft ons lief
en zet ons in in Zijn plan.’

Wij zijn Zijn maaksel, die geschapen worden in Christus Jezus
voor goede werken, die Hij van tevoren gereedmaakt opdat wij
daarin zullen wandelen. Wij zijn van Hem en Hij bepaalt wat
wij doen als leden van het lichaam van Christus. Dat is in over-
eenstemming met Zijn voornemen. Daarin doet Hij alles samen-
werken ten goede.

‘We zijn ervan overtuigd, dat we nooit buiten Zijn liefde kunnen
vallen, wat er ook gebeurt.’

Zo is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus. Hij heeft ons
grenzeloos lief en draagt ons dag aan dag. We hebben nooit een
tekort aan Zijn liefde. Die blijkt altijd meer en dieper te zijn dan
wij ooit gedacht hadden. Ons verdriet en innerlijke pijn kan veel
en diep zijn, Hij weet ervan en troost ons met het heerlijke uit-
zicht, de grote verwachting waarin wij leven. Die ongelooflijke
openbaring van Zijn heerlijkheid, licht en liefde!

‘Ja, wat een dag zal dat zijn, als wij dat zien en meemaken!’

Een hemelse heerlijkheid die al onze vermoedens ver overtreft.
Geen gedachte kan daarin hoog genoeg zijn. Wij worden over-
laden met Zijn genade, zo onverdiend, zo zuiver, genade die
dieper gaat dan de diepst gevallen zondaar (zoals Judas, of
Saulus). Die heerlijkheid van Zijn genade zal blijken als Christus
Jezus afdaalt en ons wegrukt naar Hem toe; weg van de aarde,
ontmoeting met Hem in de lucht!

Woord vandaag

‘Wel even goed om opnieuw voor ogen te hebben dat alleen
geloof, zonder werken, voldoende is.’

Dat is het. Het geloof van Jezus Christus is voldoende voor heel
de mensheid zelfs. Dat is de kern van het evangelie zoals alleen
Paulus dat verkondigt. Gisteren was het citaat uit Romeinen 4.
Ook in de brief aan de Galaten komt dit duidelijk naar voren.
We hebben geen verdienste. Dat kan per definitie niet zo zijn,
want wij waren al in Christus uitgekozen voor de nederwerping
van de wereld.

‘Dat is zo geweldig he, het geeft zo’n zekerheid en geborgenheid,
dat Vader mij toen al op het oog had.’

Dat is de rustgevende en vredevolle basis van ons hele leven gewor-
den. Het hangt er niet van af of wij voldoende geloven, of dat wij
eventueel een reeks aan goede werken produceren. Het staat daar
los van. Gelukkig wel zeg. Want wie kan zeggen dat zijn of haar goede
werken zodanig zijn, dat het voor God welgevallig is? Of moeten wij
met goede werken bewijzen dat wij gelovigen zijn? Voor wie? Voor
God, die ons al uitkoos voor de nederwerping van de wereld?

 ‘Tsja, deze vragen stellen is ze meteen alweer beantwoorden.’

Of moeten wij voor de andere gelovigen soms met goede werken
bewijzen dat wij gelovigen zijn? Gelukkig kennen we de uitspraak in
Samuël, dat de mens aanziet wat voor ogen is, Jahweh (de Heer) ziet

het hart aan. En als Hij dat hart verlicht met Zijn geest, wie zijn wij
dan dat wij een ander beoordelen op het al dan niet (voor
onze ogen)
produceren van goede werken?

‘Ja, we kunnen elkaar niet op de werken gaan afrekenen.’

Precies, en als er geloof in het hart zit: God weet en heeft Zelf dat ge-
loof gewekt in dat hart, dat van Hem is. En als dat hart van Hem is,
dan zal dat best blijken. Maar je moet het nooit omdraaien door te
zeggen, dat als er geen/weinig ‘goede werken’ te zien zijn er dus ook
wel geen geloof zal zijn et cetera. We zijn gered in genade, door ge-
loof, en dat niet uit jullie zelf, niet uit werken, opdat niemand zich
beroemen zal!

Woord vandaag

‘Wat we gisteren besproken hebben, dat hoor je bijna nergens.’

Het gaat om de Schrift, en dat alleen. En de waarheid zul je niet
overal horen. Meestal een stuk traditie wat in geloofsbelijdenis-
sen is vastgelegd. Door die bril wordt de Schrift – vaak heel dog-
matisch – bekeken en gelezen. Het verfrissende is, als je het e-
vangelie van Gods genade uit de Schrift leest, zonder dat er een
uitlegger tussen zit, die uitlegt hoe je het moet zien.

‘Meestal wordt Gods genade ontkend of afgezwakt.’

Ja, overal wordt een mix gemaakt van evangelie en wet,
geloof en (goede) werken, alsof evangelie alleen en geloof alleen
niet voldoende zou zijn. Men wil graag allerlei (goede) werken
doen, om een bewijs voor geloof te hebben. Eén simpele uit-
spraak uit de Schrift laat zien hoe het zit:

“Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid
gerekend.”
“Bij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de god-
deloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.”

 

 

Woord vandaag

‘Wat een machtig uitzicht hebben wij toch! Ik heb er gisteren
lang over nagedacht en God gedankt!’

Het geeft je kracht om verder te kunnen. Soms komen de meest
onverwachte dingen op je pad. Daar kun je dan niet omheen. Je
gaat er samen met Hem doorheen. Hij draagt je, ook al voel je dat
niet altijd zo. Het is een feit wat de Schrift op talloze plaatsen zegt.
Je hoeft er niets voor te doen om te zorgen dat Hij dicht bij je is;
Hij í­s gewoon nabij! Ongeacht hoe je je voelt.

‘We zijn als gelovigen zeer gezegend, meer dan Israël zal zijn.’

Dat geldt binnen Gods plan of voornemen van de eonen. Het lichaam
van Christus heeft daarin met Hem de hoogste plaats gekregen, want
wij waren in Hem uitgekozen vóór de nederwerping van de wereld.
Dat heeft te maken met de geestelijke machten die er voor de neder-
werping al waren. Daarom wordt dat in Efeziërs 1:4 gesteld. Als we
kijken naar de voorrang die Israël heeft boven de andere volkeren,
dan is dat hun positie in het vlees en niet in de geest, zoals bij het li-
chaam van Christus juist gezegd wordt.

‘Het gaat wel hoog he, allemaal. En we staan met onze voeten op aarde.’

Ja, en daarbij zouden we ons veel meer bewust zijn van ons hemels
burgerschap. We hebben een uniek burgerschap in de hemelen en te
midden van de hemelingen. Dáár zouden wij uit leven en denken en
handelen. We hebben nu eenmaal geen aardse toekomst. Dat is voor
de ekklesia uit Israël en de proselieten uit de volkeren weggelegd.
Zij zullen onder andere het loofhuttenfeest vieren, en de andere fees-
ten van Jahweh, op aarde.
Maar wij? Wij zullen onze unieke hemelse bediening volvoeren, in de
komende eonen, onder leiding van Christus Jezus!

Woord vandaag

‘Wonderlijk, dat God het zo doet: twee ekklesias roepen in een
periode van 2000 jaar.’

Dat is zeker een werk van God. De ekklesia van Israël en prose-
lieten het aardse koninkrijk in, straks. Nu roept Hij de ekklesia
die het lichaam van Christus is, uit alle natiën, waarin het vlees
geen rol speelt, afkomst of afstamming maakt helemaal niets
meer uit. Geen voorrang of voorrecht voor de Jood in het li-
chaam van Christus. In de nieuwe schepping speelt dat allemaal
geen rol meer!

‘Daarom kijk ik er zo naar uit, dat mijn oude zwakke lichaam ver-
anderd gaat worden.’

Wat zal dat zijn! We verwachten een nieuwe schepping en de
zonen van God zullen samen met Christus Jezus het eerst aan de
schepping onthuld worden. Wat is dat toch geweldig he. We zijn
als leden van dat lichaam bevoorrecht, dat wij als eerstelingen
van de nieuwe schepping geopenbaard zullen worden, en, bekleed
met grote heerlijkheid, de hemelingen Zijn mildheid en rijkdom
aan genade zullen tonen.

‘Ja werkelijk een grote verwachting om naar uit te kijken.’

Ja en tot de bazuin leven wij in en onder Gods genade. Hij heeft
ons lief en zal ons dragen tot dat moment, dat heeft Hij beloofd
en zal dat ook doen. Hij omringt ons, Hij woont door Zijn geest
zelfs in ons en door Hem leven wij! Heerlijke zekerheid, die
Hij alleen kan geven: wij hebben een gebouw uit God, eonisch,
in de hemelen. Daar zien wij naar uit, deze aardse tentwoning
te verwisselen voor een heerlijkheid, die nooit zal eindigen!