Op dag één van de sabbatten
echter kwam Miriam van
Magdala ’s ochtends vroeg,
het was nog donker, naar de
graftombe, en zag de steen
weggenomen van de deur
van de graftombe
Johannes 20:1
Het was inmiddels de 16e Aviv.
De dag daarvoor, de 15e, was
de grote dag van ongezuurde
broden (matzot). Een rustdag
waarop geen enkel dienstwerk
gedaan mocht worden. Het is
één van de ‘jaarsabbatten’, en
de 21e, de laatste dag van de
ongezuurde, is dat ook.
Maar nu de 16e, is (dag) één
van de sabbatten; en Mirjam
gaat snel naar de graftombe.
Zij wil zien hoe het met Hem
is, en of nog wat gedaan kan
om Zijn lichaam te verzorgen.
Het vervolg is, dat zij te horen
krijgt dat Hij er niet meer is.
Het is de gewone weeksabbat,
zaterdag, die direct volgde op
de grote jaarsabbat.
De Heer is waarlijk opgestaan!
Hij stond lichamelijk op uit de
dood en bleek een geestelijk,
ophemels lichaam te hebben.
Zo kon hij in de opperzaal zijn;
ineens te midden van hen die
Hij geroepen had.
God maakte Hem levend en
Hij zal nooit meer sterven!
De leden van het lichaam van
Christus geldt dit ook. Als de
bazuin van God klinkt worden
zij óf bij leven veranderd óf
opgewekt uit de dood, en
levendgemaakt in Christus.