Werd in principe op de eerste woensdag
van de maand besproken.
Voortaan zal dit in principe op de
eerste dinsdag van de maand zijn.
Eerstvolgende is op 3 november a.s.
Zie de agenda.
Woord vandaag
Jullie zouden dan niet jullie
vrijmoedigheid wegwerpen,
die een grote beloning heeft
want jullie hebben behoefte
aan volharding, opdat de
wil van de God doend, jullie
de belofte zouden terug-
ontvangen.
Hebreeën 10:35,36
De wil van God voor hen is:
in geloof, verwachting van
de vervulling van beloften
van God volharden. Israël
heeft geweldige beloften;
op Gods tijd zal de Messias
komen. De beloning voor
hen is het lotdeelbezit in
het aardse koninkrijk.
De liefde van God hadden
ook zij leren kennen in de
over gave van Zijn Zoon.
In die liefde kunnen zij de
kracht tot volharding zeer
zeker vinden.
Ze konden vrijmoedigheid
hebben om te naderen tot
de troon van genade, zoals
eerder (4:14-16) klonk.
Die vrijmoedigheid zouden
zijn niet wegwerpen, en dan
geeft God Zijn kracht.
Voor ons als leden van het
lichaam van Christus, wacht
het erepodium direct na de
bazuin van God. Daar wacht
ook ons beloning en daarop
gebaseerd ontvangen wij de
plaats in onze bediening te
midden van de hemelingen!
Woord vandaag
Want jullie hebben ook mee-
gevoeld met mijn gebondenen
en hebben de roof van wat
jullie toebehoort met vreugde
aanvaard, wetend dat jullie
zelf een beter en blijvend
bezit hebben in de hemelen.
Hebreeën 10:34
Door de vervolgingen, in het
boek Handelingen (8:1 etc.)
genoemd, raakten nogal wat
gelovige Joodse mensen hun
bezit kwijt. De schrijver is het,
die kennelijk ook gevangen is
geweest; spreekt van ‘boeien’.
De gelovigen zaten niet vast
aan hun aardse bezit; in het
licht van wat beloofd was in
het koninkrijksevangelie was
dat voor hen niet iets groots.
Zij zullen in het in Daniël 2:44
en 7:22,27 beloofde rijk van
de Messias Jezus een waar
en rechtvaardig lotdeelbezit
genieten. Dat zou, net als de
Heer Jezus, uit de hemel op
aarde komen. Petrus spreekt
daar ook over in 1 Petrus 1:4,
waar hij het aan zijn volk in
de verstrooiing aanzegt.
Met ‘een blijvend bezit in de
hemelen’ verwijst de tekst
ook naar wat eerder klonk;
de ophemelse positie van hun
Messias Jezus, de Christus;
in 3:1 de ophemelse roeping,
en in 8:5 de dienst aan God
van de ophemelsen. Zo kon
de gelovige Hebreeër onder
de aandacht krijgen wat in
Paulus’ brieven klinkt.
Woord vandaag
Herinner je echter de eerdere
dagen waarin jullie, verlicht
wordend, volhard hebben
onder veel wedijver van
lijden, de één inderdaad een
schouwspel zijnd in zowel
beschimpingen als verdruk-
kingen, de ander echter
deelgenoot wordend met
hen die zo behandeld werden.
Hebreeën 10:32,33
Hoe was het bij de gelovigen
uit israël? Zij waren verlicht
door het woord, heilige geest
had hen aangesproken. Het
verslag van Handelingen is
er duidelijk over, zie 8:1; 9:1;
11:19; 14:22; 26:11. Juist en
vooral door Saulus gebeurde
dat. Zij leden, zijn verdrukt
geworden, om hun geloof in
Jezus als Redder, Messias.
Waren ze dat vergeten? Nu
de verwachting, het aardse
koninkrijk, uitbleef, vervielen
nogal wat tot ongeloof, er
keerden sommigen terug tot
het judaïsme waar zij toen
uitkwamen. In de dagen van
geloof, verlichting waren zij
een schouwspel, voor andere
mensen en voor geestelijke
machten. De roep uit deze
brief is: er is een heerlijke en
bijzondere verwachting, de
Heer Jezus is verheerlijkt en
in het ophemelse is Hij altijd
‘te vinden’. De troon van de
genade (4:14-16)! Nu aardse
verwachtingen verbleken, is
er wel degelijk bij Paulus in
zijn brieven een hogere en
zeer heerlijke verwachting!
Dat zou deze Hebreeën, die
ontmoedigd waren, nieuw en
heerlijk perspectief bieden.
Woord vandaag
Vreselijk is het te vallen in de
handen van de levende God!
Hebreeën 10:31
Het woord vreselijk komt van
het Griekse woord voor vrees.
Dat is niet het begrip angst,
en voor God hoeft de mens
geen angst te hebben.
De diabolos, de tegenwerker,
jaagt de mensen angst voor
de dood aan (Hebr.2:14,15).
God is de God van levenden
en de levende God. In Tenach
is de levende God in contrast
met de afgoden. Paulus zegt
dat ook in 1Thes.1:9,10.
De God van Israël is de enige
ware God. Hij overziet vanaf
het begin het einde. Al Zijn
beloften aan Abraham, Izaäk
en Jakob zál Hij waarmaken.
Hij zal recht doen, Zijn Messias
Jezus Christus zal op de juiste
tijd ingrijpen en Zijn volk ver-
lossen. Recht doen uit liefde
houdt in: de wetteloosheden
van Jakob zal Hij wegdoen.
De aanbidders van het beest
en diens beeld zullen geen
deel hebben in het eonische
koninkrijk van Christus op de
aarde. Zij worden gericht bij
de grote witte troon en daar
blijkt dat hun namen uit de
boekrol van het leven gewist
zijn. Pas na de tweede dood
zullen zij leven.