Want ingeval ik wil roemen,
zal ik niet onbezonnen zijn,
want waarheid zal ik
uitspreken. Ik spaar jullie
echter, zodat niet wie dan
ook met mij rekent boven
wat hij ziet van mij, of wat
hij van mij hoort.
2 Korinthiërs 12:6
De Korinthiërs werden nu niet
direct aangesproken op hun in
eigen wijsheid roemen in de
mens. ‘Ik spaar jullie’; hoe was
de apostel in de liefde van de
Vader bezig! Hij was erop uit,
in alles, om zijn God en Vader
en zijn Hoofd Christus Jezus te
eren en te dienen.
Geleid door de Heer, grondig
overwogen, spreekt hij over de
ervaringen in de genade van
God in het vele dienstwerk van
de Heer. God geve, dat ook wij
de apostel niet hoger rekenen
dan wat hij in waarheid schrijft.
Laten ook wij niet onbezonnen
zijn, maar steeds nuchter en in
waarheid dat zeggen wat tot
opbouw van de ander is.
Opdat wie roemt, alleen in de
Heer roemt!
Over de zodanige zal ik
roemen, over mijzelf echter
zal ik niet roemen, tenzij in
mijn zwakheden
2 Korinthiërs 12:5
Paulus roemt zo anders dan
mensen in het algemeen.
Hij roemde in zijn zwakheden.
Na zo’n loopbaan zou iemand
roemen in wat ‘goed ging’. In
de huidige christenheid zou
dat zijn: het aantal mensen in
de zaal, grootte van gebouwen
die men bezit. Hetzelfde als
waar mensen in de wereld over
roemen. Paulus echter, schrijft
over wat hem in zijn reizen
overkwam, tegenslagen.
Hij roemde in zijn Heer; dat is
de strekking van het vervolg
in dit hoofdstuk.
Paulus spreekt in 1 Korinthe 15 over
het zielse en het geestelijke lichaam.
Daar zijn grote verschillen in. We zien
uit naar het moment dat de bazuin van
God klinkt en alle leden geestelijk
lichaam ontvangen.
Naluisteren: HIER
Over de zodanige zal ik
roemen, over mijzelf echter
zal ik niet roemen, tenzij in
mijn zwakheden
2 Korinthiërs 12:5
Paulus spreekt over zijn heel
bijzondere ervaringen als was
hij dat zelf niet. In voorgaande
verzen sprak hij van ‘een mens
in Christus’ en ‘de zodanige’ en
‘de zodanige mens’ en ‘hij’.
Wil hij zo benadrukken, dat het
helemaal buiten hem om ging?
Dat het hem overkwam?
Dat het wel leek dat een ander
dan hijzelf dat onderging?
In ieder geval verstevigt hij het
contrast, door hier te zeggen:
over mijzelf echter. Hij wilde in
feite wel roemen over wat hij
meemaakte in heerlijkheid als
‘een mens in Christus’. Zodra
hij echt over eigen ervaringen
gaat spreken, blijft hij ver weg
van verkeerd roemen.
dat hij weggerukt werd tot
in het paradijs,
en onbeschrijfbare uitspraken
hoorde, die het een mens
niet geoorloofd is te zeggen
2 Korinthiërs 12:4
Het ‘niet geoorloofd’ heeft
mogelijk twee kanten. Vaak
wordt gedacht, dat de Heer
het Paulus niet toestond om
daar direct van te getuigen.
Sommigen denken, dat de
Korinthiërs het niet wilden
dat hij daar over sprak.
Het was misschien allebei zo;
door de onmondigheid van
hen kón hij niet kwijt wat de
wijsheid van God van vóór
de eonen inhield (1Kor.2:7).
Er waren ook de ‘bolwerken’
(2Kor.10:4,5) die blokkeerden
wat de apostel wilde zeggen.
Niettemin zou hij tóch, in de
gevangenschap later, Christus,
Zijn onnaspeurlijke rijkdom,
als evangelie verkondigen,
en zo allen verlichten over
het bijzonder beheer van het
geheimenis.
Copyright © All rights reserved.