Want sommigen hebben Hem
gehoord en zijn verbitterd,
maar dat zijn niet allen die uit
Egypte gekomen zijn door Mozes
Hebreeën 3:16
De zonen van Israël hoorden
Zijn stem, en waren verschrikt
bij de berg Sinaï. Daar waren
duisternis, donderslagen en
bliksem. En zij ontvingen en
hoorden de woorden van
Jahweh. Via Mozes en Jozua
vernamen zij de uitspraken die
zo kostbaar en bepalend waren.
Nu de Heer Jezus is gekomen,
sprak, leed, gekruisigd is en
op de derde dag opgewekt
uit de dood, is het voor de
Hebreeën zaak daarbij te
blijven. Ook zij verwachtten
in te gaan in het beloofde.
Dat geldt ook ons als leden
van het lichaam van Christus.
Wij hebben de toekomst te
midden van de ophemelsen.
Anders dan Israël zien wij uit
naar de bediening voor de
hemelse machten, krachten.
Op Zijn tijd zal de bazuin van
God klinken!
wanneer gezegd wordt:
“Heden, ingeval jullie Zijn
stem horen, zouden jullie
niet jullie harten verharden
als in de verbittering.”
Hebreeën 3:15
De stem hoorden de Hebreeën
in de Handelingentijd door deze
brief. Er lagen en liggen erg rijke
beloften voor Israël. Gelovigen
leven daarop en zien uit naar
de grote vervulling als Messias
Jezus komt. Hoewel het langer
duurt en het lijkt alsof ze niet
tijdens hun leven vervulling
ervan zien, de roep is daar om
op te zien naar God, naar de
Zoon. Verbittering in ongeloof
is akelig en ziek makend. Het
leven in geloof op wat God zegt
blijft verwachtingsvol en heeft
steeds nieuwe krachten in zich.
‘Heer, U komt op Uw tijd, schenk
ons kracht om te volharden!’
Want wij zijn deelhebbers
geworden van de Christus,
mits wij het begin van onze
aanneming tot aan de
voltooiing bevestigd,
vasthouden
Hebreeën 3:14
In Handelingen lezen wij het
antwoord op de vraag: Heer,
zult U in deze tijd voor Israël
het koninkrijk herstellen (1:6)?
Veel Israëlieten geloofden en
bekeerden zich, lieten zich in
water dopen en heilige geest
kwam op hen. Zij werden zo
deelhebbers van de Messias
Jezus. Zij waren kinderen van
God geworden (Joh.1:12).
Het koninkrijk had echt door
kunnen breken, als dat alles
was doorgezet. Het hele volk,
inclusief de leiders, zou dan
wedergeboren worden.
Dat gebeurde evenwel niet.
Herhaald geeft Handelingen
te kennen, dat verharding (of
vereelting) optrad: ongeloof.
Omdat de vestiging van het
aardse koninkrijk uitbleef,
vielen sommigen terug in het
oude judaïsme. De Hebreeën
moesten volharden, daartoe
roept de schrijver op, naar de
woorden van de Heer Jezus
in Mattheüs 24:13:
Maar wie volharden zal tot het
einde, die zal gered worden.
Wandelen op grond van het evangelie van God
dat Paulus uitschrijft in Romeinen 1-8.
In diverse brieven van Paulus wordt het
nodige gezegd over ons gedrag en wijst de
apostel ons de weg tot eer van God.
Naluisteren: HIER
Want zelf weten jullie,
broeders, dat onze ingang
naar jullie toe niet leeg
is geworden.
1 Thessalonicenzen 2:1
Paulus had daar 3, hooguit
4 weken gesproken. Daar
ontstond een ekklesia, een
groep uitgeroepenen. Het
was niet ‘leeg’, nee, God
gaf rijke vrucht in de vorm
van mensen die hoorden
én geloofden wat Paulus
zei. Het waren woorden
van God, die doordrongen
in de harten van de mensen.
Terwijl de arbeid onder de
Joodse mensen moeizaam
was en weinig respons had.
Dat ontmoedigde hen niet;
de broeders gingen verder,
ook toen Paulus fysiek niet
langer te midden van hen
was. Christus Jezus was
het, Die bewaarde!
Copyright © All rights reserved.