En in het bovenmatige van de
onthullingen, daarom, opdat ik
mij niet verhef werd mij een
splinter in het vlees gegeven
2 Korinthiërs 12:7a
De Heer heeft eigen methodes
om ons ‘klein te houden’.
Nu ook wij, via Paulus’ brieven,
‘bovenmatige onthullingen’ in
genade mochten leren, geeft
Christus Jezus ons ‘splinters’.
Paulus had er een, en dat was:
opdat ik mij niet verhef. In het
dagelijks leven kan een kleine
splinter ons steeds dwarszitten.
Je bent dan net zo lang bezig
tot het vervelende splintertje
verwijderd is. Geestelijk gezien
neemt de Heer meestal zo’n
‘splinter’ niet weg. En dan lukt
het ons ook niet om ervan af
te komen, hoe graag je dat ook
wil. Totdat wij, net als Paulus
leren, dat het een ‘zegen’ is,
hoe raar dat ook klinkt. Het
houdt ons ootmoedig; opdat
wij in die gezindheid leven,
tot eer van Vader.
Want ingeval ik wil roemen,
zal ik niet onbezonnen zijn,
want waarheid zal ik
uitspreken. Ik spaar jullie
echter, zodat niet wie dan
ook met mij rekent boven
wat hij ziet van mij, of wat
hij van mij hoort.
2 Korinthiërs 12:6
De Korinthiërs werden nu niet
direct aangesproken op hun in
eigen wijsheid roemen in de
mens. ‘Ik spaar jullie’; hoe was
de apostel in de liefde van de
Vader bezig! Hij was erop uit,
in alles, om zijn God en Vader
en zijn Hoofd Christus Jezus te
eren en te dienen.
Geleid door de Heer, grondig
overwogen, spreekt hij over de
ervaringen in de genade van
God in het vele dienstwerk van
de Heer. God geve, dat ook wij
de apostel niet hoger rekenen
dan wat hij in waarheid schrijft.
Laten ook wij niet onbezonnen
zijn, maar steeds nuchter en in
waarheid dat zeggen wat tot
opbouw van de ander is.
Opdat wie roemt, alleen in de
Heer roemt!
Over de zodanige zal ik
roemen, over mijzelf echter
zal ik niet roemen, tenzij in
mijn zwakheden
2 Korinthiërs 12:5
Paulus roemt zo anders dan
mensen in het algemeen.
Hij roemde in zijn zwakheden.
Na zo’n loopbaan zou iemand
roemen in wat ‘goed ging’. In
de huidige christenheid zou
dat zijn: het aantal mensen in
de zaal, grootte van gebouwen
die men bezit. Hetzelfde als
waar mensen in de wereld over
roemen. Paulus echter, schrijft
over wat hem in zijn reizen
overkwam, tegenslagen.
Hij roemde in zijn Heer; dat is
de strekking van het vervolg
in dit hoofdstuk.
Paulus spreekt in 1 Korinthe 15 over
het zielse en het geestelijke lichaam.
Daar zijn grote verschillen in. We zien
uit naar het moment dat de bazuin van
God klinkt en alle leden geestelijk
lichaam ontvangen.
Naluisteren: HIER
Over de zodanige zal ik
roemen, over mijzelf echter
zal ik niet roemen, tenzij in
mijn zwakheden
2 Korinthiërs 12:5
Paulus spreekt over zijn heel
bijzondere ervaringen als was
hij dat zelf niet. In voorgaande
verzen sprak hij van ‘een mens
in Christus’ en ‘de zodanige’ en
‘de zodanige mens’ en ‘hij’.
Wil hij zo benadrukken, dat het
helemaal buiten hem om ging?
Dat het hem overkwam?
Dat het wel leek dat een ander
dan hijzelf dat onderging?
In ieder geval verstevigt hij het
contrast, door hier te zeggen:
over mijzelf echter. Hij wilde in
feite wel roemen over wat hij
meemaakte in heerlijkheid als
‘een mens in Christus’. Zodra
hij echt over eigen ervaringen
gaat spreken, blijft hij ver weg
van verkeerd roemen.
Copyright © All rights reserved.