En iedere hogepriester staat
inderdaad iedere dag, zijn
bediening uitoefenend en
vaak dezelfde offers brengend
die nimmer zonden kunnen
wegnemen
Hebreeën 10:11
De tegenstelling met: eens
voor altijd is duidelijk.
De offers herhalen wijst op
het niet definitief wegnemen
van de zonden. Hogepriester
was een type van de Ware;
de offers waren schaduwen
van het Ware. In het heilige
werd voortdurend dagelijks
dienst gedaan; er was geen
rust. Er was wel een tafel,
maar geen stoel of ligbed.
De priesters moesten steeds
doorgaan met dienstwerk.
Onder de wet levend, kon
nooit echte mogelijk zijn.
Met de inzet wilde Israël een
eigen rechtvaardigheid vesti-
gen. Rechtvaardigheid van
God wordt toegerekend op
grond van het geloof van
Christus, in genade.
Gods genade betekent het
einde van de werken en het
begin van de rust.
In Hebreeën 3 en 4 was al
gezegd: ze zouden ingaan in
de rust van het geloof.