Woord vandaag
Want júllie, broeders, werden
navolgers van de uitgeroepen
gemeenten van God, die in
Judea zijn, in Christus Jezus,
omdat ook júllie hetzelfde
leden door jullie eigen stam-
genoten, zoals ook zij door
de Joden
1 Thessalonicenzen 2:14
Het woord ekklesia betekent
uitgeroepene. Gods roep klinkt
doorheen heel de Schrift. In de
dagen van Paulus betekende
die term: volksvergadering, dat
wil zeggen, er wordt een oproep
gedaan (zoals Demetrius dat in
Efeze deed, Hand.19) en zij, die
dan samenkomen, vergaderen
uit het volk noemt men om die
reden zo. Wat het echter naar
het woord is, is: uitgeroepen uit
een omgeving, een groep, volk,
stad, familie, et cetera.
De Israëlieten in de wildernis
(Han.7:38); ook dat was een
ekklesia, een uitroeping. Zoals
Jahweh zegt: Ik heb Mijn zoon
uit Egypte geroepen (Hos.11:1).
De groepen die Gods evangelie
hoorden en geloofden, waren in
Judea ekklesia’s. Het lichaam van
Christus is één ekklesia. Dus dit
begrip is van toepassing op het
geheel én op kleine plaatselijke
groepen gelovigen. Wat mogen
wij dankbaar zijn, dat wij ook
geroepen werden door Vader!
Woord vandaag
Want júllie, broeders, werden
navolgers van de uitgeroepen
gemeenten van God, die in
Judea zijn, in Christus Jezus,
omdat ook júllie hetzelfde leden
door jullie eigen stamgenoten,
zoals ook zij door de Joden
1 Thessalonicenzen 2:14
‘De broeders’, daar zijn ook de
zusters bij inbegrepen, hadden
het verkondigde evangelie van
God aanvaard als wat het is.
Het is Gods woord, niet woord
van mensen. Voorbeelden voor
ons, zij werden navolgers van
de uitgeroepenen die onder het
lijden bleven staan. De Joodse
(en andere) gelovigen in Judea,
die door Paulus’ boodschap in
genade geroepen waren, leden
onder de druk van hun Joodse
medemensen. De orthodoxie
waar Saulus eerder bij hoorde
accepteerde het nieuwe geloof
niet. Paulus had daar buiten het
land ook voortdurend mee te
maken. Steeds vervolging door
de orthodoxen. Nu ervoeren de
Thessalonicenzen dit ook, maar
dan vervolging door hun eigen
stamgenoten, hun eigen volk.
Het grootste verschil met hun
oude situatie was: zij zijn nu
in Christus Jezus, zij horen bij
de Verheerlijkte.
Woord vandaag
Daarom, verlaten wij het
woord van het begin van
de Christus, opdat wij tot
de rijpheid gebracht
worden (niet weer het
fundament neerwerpend:
van bekering van dode
werken en geloof in God
Hebreeën 6:1
De tegenstelling in de vorige
verzen was onmondigen en
gerijpten (volwassenen). De
onmondigen bleven bij melk
hangen. De schrijver van de
brief geeft aansporing om
verder te gaan. Volwassenen
hoeven dat niet te horen, in
de tijd zijn zij gegroeid in het
geloof. De gelovigen uit het
volk Israël moeten verder,
en zo niet, dan komen in dit
6e hoofdstuk consequenties
naar voren.
Begin(selen) van het woord
van de Messias Jezus waren
verkondigd. De 6 aspecten
in 6:1b-3 zijn als funderende
‘stenen’; zij waren door de
wegvallende Israëlieten in
hun ongeloof neergeworpen.
Zij waren in de tijd niet
gegroeid op deze fundering,
maar zij wierpen die neer in
ongeloof. Zij zullen geen deel
hebben aan het koninkrijk van
Jezus Christus op aarde.