Werd in principe op de eerste woensdag
van de maand besproken.
Voortaan zal dit in principe op de
eerste dinsdag van de maand zijn.
Eerstvolgende is op 3 november a.s.
Zie de agenda.
Woord vandaag
God plaatst ons níet tot
verontwaardiging, maar tot
toeëigening van redding door
onze Heer Jezus Christus
1 Thessalonicenzen 5:9
Onze heerlijke verwachting
is: onze Heer Jezus Christus
zal aanwezig zijn in de lucht.
De bazuin van God zal klinken
Hij zal ons veilig en snel weg-
nemen, precies op tijd.
Want de verontwaardiging van
God zal de dag van Jahweh
Inluiden. Hij zal komen en ons
eerst in Zijn aanwezigheid en
genade bij het erepodium in
het ophemelse opstellen.
Dan zal al wat nog tussen de
gelovigen zat, weggenomen
worden. Dat is ook onderdeel
van onze redding in genade.
Hij zal ons verootmoedigd en
vernederd lichaam omzetten,
zodat het gelijkvormig zal zijn
aan Zijn heerlijkheidslichaam.
Het ‘gebouw uit God’ zal alles
ver overtreffen; het is eonisch
en aangepast aan de hemelse
omgeving. Als we dit lezen in
Paulus’ brieven worden we
stil, in verwondering; wat een
liefde betoont Hij ons!
Woord vandaag
Jullie zouden dan niet jullie
vrijmoedigheid wegwerpen,
die een grote beloning heeft
want jullie hebben behoefte
aan volharding, opdat de
wil van de God doend, jullie
de belofte zouden terug-
ontvangen.
Hebreeën 10:35,36
De wil van God voor hen is:
in geloof, verwachting van
de vervulling van beloften
van God volharden. Israël
heeft geweldige beloften;
op Gods tijd zal de Messias
komen. De beloning voor
hen is het lotdeelbezit in
het aardse koninkrijk.
De liefde van God hadden
ook zij leren kennen in de
over gave van Zijn Zoon.
In die liefde kunnen zij de
kracht tot volharding zeer
zeker vinden.
Ze konden vrijmoedigheid
hebben om te naderen tot
de troon van genade, zoals
eerder (4:14-16) klonk.
Die vrijmoedigheid zouden
zijn niet wegwerpen, en dan
geeft God Zijn kracht.
Voor ons als leden van het
lichaam van Christus, wacht
het erepodium direct na de
bazuin van God. Daar wacht
ook ons beloning en daarop
gebaseerd ontvangen wij de
plaats in onze bediening te
midden van de hemelingen!
Woord vandaag
Want jullie hebben ook mee-
gevoeld met mijn gebondenen
en hebben de roof van wat
jullie toebehoort met vreugde
aanvaard, wetend dat jullie
zelf een beter en blijvend
bezit hebben in de hemelen.
Hebreeën 10:34
Door de vervolgingen, in het
boek Handelingen (8:1 etc.)
genoemd, raakten nogal wat
gelovige Joodse mensen hun
bezit kwijt. De schrijver is het,
die kennelijk ook gevangen is
geweest; spreekt van ‘boeien’.
De gelovigen zaten niet vast
aan hun aardse bezit; in het
licht van wat beloofd was in
het koninkrijksevangelie was
dat voor hen niet iets groots.
Zij zullen in het in Daniël 2:44
en 7:22,27 beloofde rijk van
de Messias Jezus een waar
en rechtvaardig lotdeelbezit
genieten. Dat zou, net als de
Heer Jezus, uit de hemel op
aarde komen. Petrus spreekt
daar ook over in 1 Petrus 1:4,
waar hij het aan zijn volk in
de verstrooiing aanzegt.
Met ‘een blijvend bezit in de
hemelen’ verwijst de tekst
ook naar wat eerder klonk;
de ophemelse positie van hun
Messias Jezus, de Christus;
in 3:1 de ophemelse roeping,
en in 8:5 de dienst aan God
van de ophemelsen. Zo kon
de gelovige Hebreeër onder
de aandacht krijgen wat in
Paulus’ brieven klinkt.
Woord vandaag
Herinner je echter de eerdere
dagen waarin jullie, verlicht
wordend, volhard hebben
onder veel wedijver van
lijden, de één inderdaad een
schouwspel zijnd in zowel
beschimpingen als verdruk-
kingen, de ander echter
deelgenoot wordend met
hen die zo behandeld werden.
Hebreeën 10:32,33
Hoe was het bij de gelovigen
uit israël? Zij waren verlicht
door het woord, heilige geest
had hen aangesproken. Het
verslag van Handelingen is
er duidelijk over, zie 8:1; 9:1;
11:19; 14:22; 26:11. Juist en
vooral door Saulus gebeurde
dat. Zij leden, zijn verdrukt
geworden, om hun geloof in
Jezus als Redder, Messias.
Waren ze dat vergeten? Nu
de verwachting, het aardse
koninkrijk, uitbleef, vervielen
nogal wat tot ongeloof, er
keerden sommigen terug tot
het judaïsme waar zij toen
uitkwamen. In de dagen van
geloof, verlichting waren zij
een schouwspel, voor andere
mensen en voor geestelijke
machten. De roep uit deze
brief is: er is een heerlijke en
bijzondere verwachting, de
Heer Jezus is verheerlijkt en
in het ophemelse is Hij altijd
‘te vinden’. De troon van de
genade (4:14-16)! Nu aardse
verwachtingen verbleken, is
er wel degelijk bij Paulus in
zijn brieven een hogere en
zeer heerlijke verwachting!
Dat zou deze Hebreeën, die
ontmoedigd waren, nieuw en
heerlijk perspectief bieden.