Want de wet, een schaduw
hebbend van de op het punt
staande goede dingen, niet
het beeld van de zaken zelf,
zij, met dezelfde offers van
hen, die zij elk jaar brengen,
kunnen nimmer hen die
naderen volmaken
Hebreeën 10:1
De offers moesten op vaste
tijden gebracht worden. In
de Thora was onder meer
bij matzot (de ongezuurde)
een dagelijks vuuroffer als
voorschrift opgenomen.
De dieren leden niet, het
bloed stroomde direct bij
het snijden uit het dier.
Jahweh zei meer dan eens,
dat Hij geen behagen had
in allerlei offers. Voor zover
die als typen naar het grote
Offer van de Messias Jezus
wezen, waren ze ‘goed’.
Maar ze konden nooit het
volkomene brengen.
Dat bleek al uit het feit, dat
ze steeds herhaald moesten
worden. Het volkomene is
gekomen in het Lam dat de
zonde van de wereld op Zich
nam. Hij, Jezus Christus, was
het, de Zoon van Adam (‘des
mensen’), Die Zijn ziel gaf tot
losgeld voor velen, wat een
liefde! (Markus 10:45).