Maar in hen is gedachtenis
van zonden, ieder jaar;
want het is onmogelijk dat
bloed van stieren en geiten-
bokken zonden zouden
wegnemen.
Hebreeën 10:3,4
Hier spreekt de tekst van de
jaarlijkse offers op de grote
verzoendag. Dat werd naar
de Thora herhaald. Dat was
een teken dat de zonden nog
niet weg waren.
Het was zelfs onmogeliik dat
dat zou gebeuren. Het was
eerder zo, dat de zonden in
herinnering kwamen en ook
moesten komen. Het bloed
van offerdieren sprak van het
bloed van Christus. Men vindt
dat weleens niet zo prettig om
te horen. Want het was lijden,
voor de Zoon van Adam. Maar
de Vader leed mee. Dat wordt
soms onderbelicht, het is wel
feit. Zoveel kostte het Vader
en Zoon om wat verloren was
te redden!