En dezen, inderdaad, meer zijn
priesters geworden, omdat de
dood hen belette te blijven
Hebreeën 7:23
Dit is de gedachte die eerder
opkwam; de Ene Priester, de
Heer Jezus, is blijvend. Onder
het oude verbond waren de
priesters tijdelijk, stervend.
De opgestane Heer is dat niet;
daarom is Hij blijvend, voor
de tijd die Vader bepaalde
dat Hij Priester én Koning zal
zijn als Melchizedek.
Wezenlijk is daarbij, dat Hij
Zelf ook geslacht is, zoals de
offerdieren. Hij is nu onsterfelijk
en dus wél blijvend.
Hoe sterk is het contrast
tussen het verdwijnende van
het oude en het blijvende
karakter van het nieuwe!
Paulus geeft dat krachtig aan
in 2 Korinthiërs 2 en 3. Hoe
vreemd is het dan, dat vele
oprechte gelovigen in feite
nog onder het oude leven,
terwijl zij in Christus al een
nieuwe schepping zijn!