Derhalve houd ook ik, horend
van het geloof dat jullie aangaat
in de Heer Jezus, en dat voor al
de heiligen
Efeziërs 1:15
Paulus maakt de ontvangers
van de Efezebrief duidelijk,
dat hij niet over het geloofs-
goed spreekt dat bestemd is
voor het aardse verbondsvolk
Israël, maar van het jullie
aangaande geloofsgoed. Het
ons aangaande geloofsgoed
geldt nu voor alle heiligen
die God roept, ongeacht of
wij Israëlieten zijn of niet.
Wat de apostel in de verzen
daarvoor had geschreven,
overstijgt al het voorstellings-
vermogen van sterfelijke
mensen. Vanaf het moment,
dat wij het evangelie van onze
redding horen en geloven, zijn
wij al verzegeld met de geest
van de belofte, de heilige, die
een waarborg van onze
ophemelse lot toedeling is.
Om dat te kunnen bevatten
en beseffen hebben wij nodig:
extra goddelijke wijsheid en
geestelijke onthulling tot de
erkenning van Hem Zelf.
Wij zouden weten wat het
verwachtingsgoed van Zijn
roeping is. Dat is: waartoe Hij
ons roept.