In welke wil wij geheiligd zijn
door het naderingsgeschenk
van het lichaam van Jezus
Christus, eens voor altijd.
Hebreeën 10:10
In vers 7 en 9 klonk, dat Hij
kwam om Gods wil te doen.
Dat reikte tot het uiterste
door Zijn dood heen. Hij bad
in de laatste uren in de olijf-
pers Gethsemane, dat niet
Zijn wil maar Vaders wil zou
gebeuren. Zo was de wil van
de Heer op één lijn met die
van Zijn Vader.
Gelovigen uit Israël weten
zich nu geheiligd in Zijn wil.
Het grote in dit gedeelte is
ook, dat Hem door Vader
een lichaam was toebereid.
Dat is hét naderingsgeschenk
van God aan de mensheid en
de hemelsen, vergelijk ook
Efeziërs 2:8; 5:2.
Bedenk: nadat steeds eerst
de mensen naderingsgaven
aan God brachten onder de
wet, is het nu omgekeerd:
God nadert door Zijn Zoon
Zélf; God geeft Hem als hét
geschenk aan ons!
Dat was nodig, zodat Hij als
Mens kon lijden en sterven.
Daarna Vader kon Zijn grote
kracht en heerlijkheid laten
zien, door Hem uit de dood
op te wekken.