Ík ben nu ook zelf overtuigd 
aangaande jullie, mijn broeders, 
dat jullie ook zelf verwijd zijn 
met goedheid, vervuld met alle 
kennis, in staat ook elkaar het
denken te plaatsen.
        Romeinen 15:14

Hier klinkt door wat Paulus al
eerder in 2 Corinthiërs 6:11 zei.
De genade in het evangelie dat
Paulus brengt, maakt het hart
ruimer voor de ander. De hoge,
belangeloze liefde van God is
daarin (Rom.5:5) gegoten. Als
God alle mensen liefheeft, dan
kun je niet anders dan degene
die op je weg komt, vanuit die
liefde (agapè) bejegenen.
En onderling, als broeders en
zusters, samen in Zijn liefde
optrekken, ons denken door
Zijn woorden in juiste richting
laten plaatsen.