en met veel vertrouwen in
jullie, hetzij voor Titus, mijn
deelgenoot en medewerker
voor jullie, hetzij onze
broeders, apostelen van de
uitgeroepen gemeenten, de
heerlijkheid van Christus
2 Korinthiërs 8:22c,23
De (plaatselijke) gemeentes
zonden ‘de broeders’ uit als
apostelen; en zo waren zij
de heerlijkheid van Christus.
God roept uit in deze tijd,
en Hij zet Christus in als het
Hoofd van de uitgeroepenen.
Al die leden samen vormen
Zijn lichaam en zijn dan als
zodanig Zijn heerlijkheid.
Zij zijn de eerste vrucht van
Zijn gehoorzaamheid tot en
met de dood van het kruis.
Nu Vader Hem opgewekt
heeft, en Hem gezet heeft
aan Zijn rechter(hand), kan
Hij de Zijnen uitroepen en
reinigen en heiligen; dat is
het werk wat Christus nu
doet: Zijn heerlijkheid.