Ik smeek echter, wanneer ik
aanwezig ben, ik niet moedig
moet zijn, in het vertrouwen
waarmee ik reken, en het
aandurf tegen hen die ons
aanrekenen dat wij naar het
vlees wandelen.
2 Korinthiërs 10:2
Allerlei geruchten deden de
ronde over Paulus. Meestal
is het nog steeds zo, dat een
gerucht snel gehoor vindt bij
mensen (ook bij gelovigen).
Vooral als het kwaad gerucht
is, meestal als lopend vuurtje.
Toentertijd werden ook veel
geruchten verspreid.
Ook ná de opstanding van de
Christus, verspreidde men al
bijna direct het gerucht, dat
Zijn discipelen Zijn lichaam al
snel verplaatst hadden. Toen
Hij echter door meer dan 500
broeders tegelijk werd gezien,
was het bewijs overduidelijk.
Van Paulus en medewerkers
zei men lasterend, dat zij ‘naar
het vlees wandelen’.
Zo legde men in een verdraaid
en verwrongen denken hun
gaan en staan uit.
Maar het kon ook met kwade
bedoeling zijn, wetend dat het
niet waar is, om schade toe te
brengen aan hen én aan het
goede nieuws van Gods genade
en Zijn verzoening.