Want wij hebben geen
Hogepriester Die geen
medegevoel kan hebben met
onze zwakheden, maar Één
Die beproefd is in alles in
gelijkheid aan ons, los van
zonde
Hebreeën 4:15
De ‘wij’ hier verwijst naar
de gelovige Israëlieten. Hen
zal het aanspreken, dat er
een Hogepriester genoemd
wordt. Het is een troostvol
woord, dat zij meekrijgen.
De Heer kán meevoelen, in
genade en barmhartigheid,
met de zwakheden.
De actieve verwachting van
het koninkrijk dat aan zou
breken, verflauwde. Daarin
zou naar de Heer opgekeken
worden, Die de kracht kan en
zal geven om uit te blijven zien
naar de heerlijkheid die komt.
De Heer was beproefd in alles;
Hij wéét wat in de mensen is
en wat zij voelen en ervaren.
Natuurlijk geldt dat ook ons,
wij kunnen met en in alles bij
Hem komen; Hij is liefde en
zal ons nooit de deur wijzen.