van het onderwijs van dopen
naast het opleggen van
handen, naast de opstanding
van doden en het vonnis
gedurendede eonen
Hebreeën 6:2
Het opleggen van handen is
een inzetting in Tenach bij
het offeren. Dan legden o.a.
de oudsten de handen op
de kop van het offerdier. Dat
gebeurde bijvoorbeeld
bij een onopzettelijke zonde
van heel de gemeenschap
van Israël (Lev.4:13-15).
Door handoplegging werd
in dat geval de zonde door
het offerdier ‘gedragen’ en
werd deze bedekt.
Handoplegging werd ook
gedaan door de apostelen.
Zo werd de heilige geest
doorgegeven aan gelovigen.
Het idee daarbij is dat van
vereenzelviging met.
Dit was één van de ‘stenen’
van het fundament van het
evangelie van het koninkrijk.
Het lichaam van Christus is
gezegend. In Christus heeft
elk lid van Zijn lichaam de
garantie, verzegeld te zijn
met de heilige geest. Geen
handoplegging nodig!