Hoeveel slechter straf, schijnt
u het, zal hij waard geacht
worden die de Zoon van God
vertreden heeft en het bloed
van het verbond vervuild acht
waardoor hij geheiligd was,
en de geest van de genade
geschonden heeft?
Hebreeën 10:29
Alsnog ongeloof bij hen die
het woord van het koninkrijk
gehoord hadden. Dat was zo,
en in deze brief lazen wij dat
in de hoofdstukken 2:1-4; 3;
4; 6:1-6. In onze dagtekst zijn
3 getuigen (zie 10:28) het, die
tegen de teruggevallen zonen
van Israël (en proselieten)
spreken. Genoemd worden:
de Zoon van God, het bloed
van het (nieuwe) verbond en
de geest van de genade. Zó
ernstig is hun ongeloof ten
opzichte van het woord van
God. Zij hebben geen deel
meer aan het koninkrijk en
missen eonisch leven in de
komende eonen. Afval van
de heiligen bij Israël! Uiterst
tragisch en ernstig, en wel
zó, dat deze uitvoerige brief
eraan gewijd is. De schrijver
laat grote heerlijkheden van
de Zoon van God, Jezus, zien.
Zijn hoge plaats, aan Gods
rechterhand, is er een van
de hoogste heerlijkheid. De
Hebreeën die twijfelden, of
al wat ongelovig geworden
waren, zouden mogelijk nog
tot inkeer kunnen komen.
Daarom schreef hij: verhard
jullie harten niet, maar kom
in de rust, geloof God!