Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
De citaten, Psalm 2:7 ‘Mijn
zoon ben jij, Ik heb jou heden
voortgebracht’ en:
‘Ik zal voor hem tot Vader zijn
en Hij zal voor Mij tot Zoon
zijn’ (2Sam.7:14; 1Kron.17:13)
verwijzen in wezen naar de
Messias Jezus Christus.
Het tweede wijst eerst naar
Salomo. Die was in zichzelf
een groot type van Christus.
Zoals altijd verwijzen zulke
bijzondere woorden naar
Hem Die kwam; dé Zoon in
Wie de Vader welbehagen
heeft.
Al de leden van het lichaam
van Christus horen bij Hem;
wij genieten daarom ook van
het welbehagen van Vader.
Dank U wel, ons leven is te
allen tijde in Uw hand.
Paulus wijst op oud en nieuw
gedrag; het oude kwam voort
uit de denkzin en het duistere
hart. Het nieuwe is de denkzin
van Christus.
Naluisteren: deel A en deel B
Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
Hoeveel liefde van de Vader
spreekt hier over Zijn Zoon!
Die is de Eerstgeborene van
heel de schepping. Hij wordt
niet zomaar de Zoon van Zijn
liefde genoemd. Unieke titel
in Kolossenzen 1 met hogere
waarheid dan Hebreeën 1.
De tekst doet ons proeven
van de weergaloze liefde in
de relatie van de Vader tot
de Zoon. Dat geeft meer en
dieper zicht op wat de Zoon
in ’de evangeliën’ over de
Vader zegt. Voor ons maakt
het ook meer duidelijk, hoe
ver de Vader is gegaan door
Zijn eigen Zoon de weg van
het kruis te doen gaan.
Leest Johannes 17 ook niet
anders, nu, in dit licht?
Want tot wie van de
boodschappers heeft
hij eens gezegd
‘Mijn Zoon ben jij, Ík heb
jou heden voortgebracht’?
en weer
‘Ik zal voor Hem tot Vader
zijn, en Hij zal voor Mij tot
Zoon zijn’?
Hebreeën 1:5
De Heer Jezus, Hij heeft de
Naam die boven alle naam
uitgaat. Als de Zoon van God
zijn hemelse boodschappers
aan Hem ondergeschikt.
Hij was en is de unieke Zoon
van God. Als de Eerste ooit,
in een heel ver verleden, uit
God: de Eerstgeborene van
heel de schepping (Kol.1:15).
En veel later de eniggeboren
Zoon uit Mirjam (Maria). Als
laatste Adam is Hij de Redder
van de mensheid. Omdat Hij
de allerhoogste Zoon is, is
Zijn reddingswerk groter en
breder dan de mensheid.
Zelfs de hemelse machten en
krachten vallen binnen Zijn
bereik.
In Johannes en de brieven
van Paulus is de onderlinge
liefde tussen Vader en Zoon
opvallend. De diepte ervan is
voor ons mensen onpeilbaar.
Het brengt verzoening, niet
van enkelen, maar van het al.
zoveel beter wordend dan de
boodschappers heeft hij een
zo veel voortreffelijker naam
dan zij als lotdeel ontvangen
Hebreeën 1:4
De Naam boven alle naam is
aan Hem, de Zoon van God,
Christus toegeloot. Niemand
kan zo’n Naam dragen; alleen
Hij. Jahweh-Redder, Jehoshua,
Jezus (Grieks). Ieder met de
naam Jozua in Tenach verwijst
naar Hem Die komen zou.
Zoveel voortreffelijker geldt
in ieder opzicht onze Heer.
Zijn werk, de reiniging van de
zonden, en al wat Paulus in
zijn evangelie doorgeeft, het
is veel. Hebreeën 1 bepaalt
de lezer en hoorder uit Israël
-en ons- vanaf 1:1 bij Hem.
Hij staat centraal; zo ook in ons
leven, Zijn genade is genoeg.
Copyright © All rights reserved.