Vanwege dit is ook het eerste
niet zonder bloed gewijd.
Want toen ieder gebod
overeenkomstig de wet door
Mozes gesproken was tot heel
het volk, nam hij het bloed
van de kalveren en van de
geitenbokken met water,
scharlaken wol en hyssop,
besprenkelde zowel de
boekrol zelf als heel het volk
Hebreeën 9:18,19
Steeds moest er bloed aan
te pas komen. Zowel bij het
eerste als het tweede, door
God ingestelde verbond.
De verwijzing naar het zo
waardevolle, kostbare bloed
van Christus moest er zijn.
De kalveren, geitenbokken;
beiden spraken van Hem.
Het water typeert zowel het
woord als de geest van God.
De reinigende werking ervan
was uiterlijk aan het vlees,
maar sprak van de reinigende
werking van de geest in het
hart. Zolang echter het oude
nog gold, was de reiniging bij
het wasvat aan het vlees aan
de orde. Omdat Israël in het
vlees Johannes, de Heer Jezus
en Petrus hoorde, moest er
nog in water gedoopt worden.
Hoewel het nieuwe verbond
al gold na de opstanding van
Christus. Daar is nadrukkelijk
de geest van God werkzaam;
profetieën in Joël, Jesaja,
Jeremia, Ezechiël (o.a.) spreken
van Gods geest die krachtig zal
werken in de zonen van Israël.
