waarop wij niet ontkleed willen
zijn, maar overkleed, opdat het
stervende opgeslokt wordt
door het leven.
2 Korinthiërs 5:4b
Paulus noemt hier ‘ontkleed’
wat hij in vers ‘naakt’ noemde.
Hier blijkt opnieuw, dat met
deze beeldspraken het sterven
bedoeld wordt. Wij willen, net
als de apostel, ‘overkleed’
worden met ‘het gebouw
uit God’, dat ons deel zal
zijn in de komende eonen.
Het heerlijkheidslichaam is
het, vol leven, vol van Gods
geest. Paulus schrijft: opdat
het stervende opgeslokt
wordt door het leven. En hij
herinnert fijn aan wat hij in
1 Korinthiërs 15:54 schreef.
Opgeslokt werd de dood
in de overwinning.
Want ook wij, die in de tent
zijn, zuchten bezwaard
2 Korinthiërs 5:4a
Ons aardse bestaan is vaak
lastig; druk, tegenslag, zorg,
benauwd. Wij zuchten met
de schepping mee. God, in
Zijn wijsheid en liefde, heeft
zo beschikt. Wij zijn net als
al het andere, aan bederf,
aan vergankelijkheid onder-
geschikt. Ons verblijf hier is
dan ook kortdurend, tijdelijk.
De heerlijkheid van God is
wat wij verwachten.
Dat maakt ons innerlijk zo
anders, wij hebben de schat
in ons aarden vat. Ja, goed
nieuws van de heerlijkheid
van Christus, het beeld van
de onzichtbare God.
Heerlijkheid van God in het evangelie
van Zijn genade. Naluisteren: HIER
en wij, namelijk wanneer wij
die ook aandoen, niet naakt
gevonden zullen worden
2 Korinthiërs 5:3
Het naakt bevonden worden
is beeldspraak voor overlijden.
Als het oude lichaam afsterft,
aftakelt. Het heerlijkst is de
bazuin bij leven meemaken
en veranderd worden. Het is
heerlijk overkleed te worden,
de behuizing uit de hemel te
ontvangen. Wij hebben het
voorrecht, deze heerlijkheid
als eersten te ontvangen.
Paulus geeft dit als troost,
als verwachting, aan ons
mee, om in het afsterven
en de zwakte toch kracht
te hebben om onder die
gegeven omstandigheden
te blijven staan.
Want hierin zuchten wij ook,
ernaar verlangend met onze
behuizing die uit de hemel is
overkleed te worden
2 Korinthiërs 5:2
Nu zuchten wij nog in onze
aardse dagen, het lijden en
de verdrukkingen; dagelijks
hebben wij er mee te maken.
Het zuchten is iets dat in de
hele schepping hoorbaar is;
niet alleen op aarde.
God heeft, in Zijn liefde, een
beperking aan het zuchten
gesteld. Voor ons mensen is
het kortdurend; het uitzicht
is heerlijkheid, en wat een
genade als wij dat weten!
Paulus noemt het gebouw uit
God hier onze behuizing die
uit de hemel is. Het nieuwe,
eonische, blijvende, wat God
zal geven op die grote dag.
Een subliem overkleed wacht
ons, dat in wezen niet aards
is, maar ophemels.
Prachtige beeldspraak.
Copyright © All rights reserved.