opdat door twee onwrikbare
zaken, waarin het onmogelijk is
voor God om te liegen, wij een
sterke vertroosting zouden
hebben, die toevlucht zoeken,
om vast te houden aan de voor
ons liggende verwachting
Hebreeën 6:18
De twee ‘zaken’ waar het hier
om gaat, zijn Gods raad en Zijn
belofte mét een eed. Beide
zijn absoluut onwrikbaar; het
staat vast. Daarbij versterkt de
schrijver dat met de opmerking,
dat God per definitie niet liegt.
God is geen mens, dat Hij zou
liegen. God is waar, ieder mens
leugenachtig, zegt Paulus in de
brief aan de Romeinen.
Daarin ligt ook onze troost én
verwachting. Wij hebben een
heerlijke toekomst te midden
van de hemelsen.
Israëls verwachting is koningen
en priesters in het koninkrijk op
aarde te zijn. En op de nieuwe
aarde zullen zij regeren met de
Christus over de natiën.
Israëls gelovigen zouden troost
en verwachting hebben uit de
beloften aan de aartsvaders;
God zal die zeker waarmaken.