Woord vandaag
van het onderwijs van dopen
naast het opleggen van
handen, naast de opstanding
van doden en het vonnis
gedurendede eonen
Hebreeën 6:2
Het opleggen van handen is
een inzetting in Tenach bij
het offeren. Dan legden o.a.
de oudsten de handen op
de kop van het offerdier. Dat
gebeurde bijvoorbeeld
bij een onopzettelijke zonde
van heel de gemeenschap
van Israël (Lev.4:13-15).
Door handoplegging werd
in dat geval de zonde door
het offerdier ‘gedragen’ en
werd deze bedekt.
Handoplegging werd ook
gedaan door de apostelen.
Zo werd de heilige geest
doorgegeven aan gelovigen.
Het idee daarbij is dat van
vereenzelviging met.
Dit was één van de ‘stenen’
van het fundament van het
evangelie van het koninkrijk.
Het lichaam van Christus is
gezegend. In Christus heeft
elk lid van Zijn lichaam de
garantie, verzegeld te zijn
met de heilige geest. Geen
handoplegging nodig!
Woord vandaag
van het onderwijs van dopen
naast het opleggen van
handen, naast de opstanding
van doden en het vonnis
gedurende de eonen
Hebreeën 6:2
Naast de bekering (anders
gaan denken) en geloof in
God (dat Hij is), noemt de
schrijver hier onderwijs van
dopen. Petrus verkondigde
dat op Pinksteren. Doop in
water was fundamenteel in
het evangelie, goed nieuws,
van het koninkrijk. Het was
zelfs voorwaarde waarop
men heilige geest ontving.
Paulus noemt de doop in
water niet als fundament
in zijn evangelie. Wij lezen
eerder in 1 Kor.1:17 dat hij
niet gezonden was om (in
water) te dopen, maar om
evangelie te verkondigen.
En dat niet met wijsheid van
woorden, om niet het kruis
van Christus inhoudsloos te
maken.
Woord vandaag
Daarom, verlaten wij het
woord van het begin van
de Christus, opdat wij tot
de rijpheid gebracht
worden (niet weer het
fundament neerwerpend:
van bekering van dode
werken en geloof in God
Hebreeën 6:1
Tweede is: geloof in (op) God.
Lees Tenach; men vertrouwde
op Jahweh, althans sommigen
binnen Israël. Incidenteel lees
je van iemand uit een ander
volk die heil zocht bij de God
van Israël. Dat is elementair,
en men leerde al van jongs af
dé belijdenis, dat Jahweh hun
Elohim één is, de ENE is.
Het vertrouwen op Hem, dat
was de basis. Nochtans vielen
velen in de wildernis: geen of
weinig vertrouwen in Hem,
zoals te lezen in Hebreeën 3
en 4. Op God bouwen, heel
je leven in Zijn hand weten;
in Israël was een beweging
op gang gekomen sedert de
inzet van de apostelen vanaf
Pinksteren (Han.2).
In alle fasen van Gods plan
geldt: vertrouw God en Zijn
zegen zul je ervaren.