Daar zij ook maar niet
zouden ophouden naar
God toe te worden
gebracht, omdat zij die
God dienen niet langer
enig geweten van zonden
hebben, nu zij eenmaal
gereinigd zijn?
Hebreeën 10:2
Tot de tijd dat de Zoon van
God kwam om Zelf geslacht
te worden, waren gewetens
schuldig omdat zij herinnerd
werden aan de zonden. Zo
moest het geweten steeds
‘gesust’ worden door al die
offers. En daarom stopte de
dienst bij de tabernakel en
tempel door de Levieten en
priesters niet.
De gebrachte offers deden
de zonden niet definitief
weg. Het was een tijdelijke
vergeving. Zonden werden
bedekt, ja, en de offeraars
waren tijdelijk beschermd.
Anders waren dienstdoende
offeraars wel gestopt.
Wat een heerlijk evangelie:
wij zijn gerechtvaardigd in
het kostbare bloed van de
Christus. Wij kunnen nooit
meer aangeklaagd worden.
En daarom kunnen wij, als
ons geweten misschien op-
speelt, terecht wijzen op
het volbrachte werk van
Christus!