in de tweede echter kwam
eenmaal per jaar alleen de
hogepriester, niet zonder
bloed, dat hij bracht voor
zichzelf en de onwetend-
heden van het volk
Hebreeën 9:7
De tegenstelling tussen het
heilige en het heilige van de
heiligen is onder meer het
dagelijks/wekelijks herhalen
en het blijvende.
In de tweede tent werd op
en voor de ark jaarlijks bloed
gesprenkeld. De hogepriester
moest met bloed voor het aan-
gezicht van Jahweh komen.
Dat verwees naar het kostbare
bloed van Christus.
Dat werd gesprenkeld voor de
hogepriester en zijn familie.
Het werd ook gebracht voor
de onwetendheden van het
volk. Dat verwijst waarschijn-
lijk naar de offers voor de
onopzettelijke zonden, zoals in
Leviticus 4 vermeld. Het gold
voor de enkeling, maar ook
voor heel het volk.
Misschien kan het gebed van
de Heer aan het kruis:
Vader, vergeef het hun want
zij weten niet wat zij doen
Luk.23:34
daar mee te maken hebben.