Woord vandaag

‘Zo. dat was mooi zeg, gisteren, ik heb er de hele dag aan gedacht. Het is
eigenlijk zo duidelijk, je merkt dat mensen het soms heel moeilijk maken.’

En dat heilig en smetteloos, dat is zoals God ons van meet af aan zag, Hij
koos ons uit in Christus en heeft ons altijd zó gezien. Toen al zag Hij ons
zonder gebreken, volkomen in Hem.

‘Ik kan het bijna niet bevatten. Het is een kwestie van geloven dat het zo
is. En dat geloof, dat ontvangen wij toch ook van God?’

Het is hier de rijkdom van Gods genade, die Paulus uitstalt voor onze ogen.
Soms staan we daar toch nog te weinig bij stil, denk ik weleens. Je kunt wel-
eens een dag hebben dat je je somber voelt. Juist dan heb je deze woorden
zo nodig.

‘Wij zíjn dus heilig en smetteloos voor Hem? En onze dingen die wij verkeerd
doen dan?’

Ook die gebruikt God, maar als het om ons dagelijks leven gaat, hebben we die
fijne woorden uit Efeziërs 4:32 voor ogen: ‘..zoals ook God in Christus júllie
genade schenkt.’

‘Betekenen die woorden dan, dat het voor God helemaal geen probleem is als
wij nog fouten maken?’

Precies! Voor óns kan het nog wel een probleem vormen, maar voor Hém niet!
Het is echt genade van God van A (het begin van je (geloofs)leven) tot Z (het einde
als je komt te sterven of veranderd wordt bij de bazuin). Wíj denken dat het soms
mis gaat, maar voor Hem is dat niet zo!

Het lijkt mij, dat wij nog te vaak onbewust wettisch denken als het om onszelf gaat.
Genade van God zou tot in onze nieren doordringen, zodat we onmiddellijk fouten
en dergelijke in het licht van Zijn genade zien. Bovendien staat het ‘genade …
schenkt’ in Efeze 4:32 in de tijdloze vorm, als een feit.

‘Weet wat ik doe? God ervoor danken! Altijd heilig en smetteloos voor Hem! Geweldig!’

Woord vandaag

‘He laatst las ik in Efeziërs 1 over die uitverkiezing, dat is binnen kerken
een beladen onderwerp. Daardoor hoor je er in evangelische gemeentes
eigenlijk weinig over spreken, denk ik.’

Dat kan heel goed. Men wil er kennelijk geen lange discussies over voeren.

‘Maar ik kan me voorstellen, dat mensen er over lezen in de bijbel en met vragen
daarover zitten. Zo van: wanneer weet je of je uitverkoren bent?
En: moet je dan
iets ervaren of iets voelen of zo?’

Nee, dat laatste zeer zeker niet. Als je kijkt wat in Efeziërs 1:4 staat, dan zijn
dat hele fijne woorden: ‘…zoals Hij ons uitkiest in Hem vóór de nederwer-
ping van de wereld, opdat wij heiligen en smettelozen voor Zijn aangezicht
zijn’.

‘Even kijken, betekent dit, dat wij omdat wij uitgekozen zijn, heilig en smet-
teloos moeten leven? Anders klopt het toch niet?’

Nee nee nee, laten we even bij het begin beginnen. Paulus schrijft, dat wij
uitgekozen zijn in Hem (Christus, zie vers 3). Wanneer? Was dat toen wij
al geboren waren en opgroeiden en heel goed ons best deden, zodat God
dat opmerkte en ons uitkoos?
Niets daarvan! Er staat: ‘vóór de nederwerping van de wereld’. Wanneer dat
was? In elk geval heel lang geleden, heel lang voordat wij geboren werden.

‘Ah, het heeft dus niets te maken met wat wij deden? Goed of slecht, zonden,
overtredingen, noem maar op?’

Juist! En bovendien staat er bij: ‘in Hem’, In Christus dus! Dus niet in onszelf!
Wat een geweldige genade he. Uitgekozen door God in Hem. Wat was de reden?
Liefde! Het is helemaal voortgekomen uit Gods liefde! Eigen werken? Nee!
Zijn werk? Ja!!

Woord vandaag

‘Wat denk jij? Zal dit jaar de wegrukking van de gemeente plaatsvinden?’

Moeilijk te zeggen. We kunnen het niet zomaar uitrekenen. Het is in het
verleden wel vaker gedaan. En het bleek niet te kloppen. Laatst had ik het
er met een oude bekende over. Die vertelde ook een verhaal over iemand
die de maand en het jaar van de wegrukking had berekend. Dat was niet
gebeurd. Mensen worden dan geschokt in hun geloof.

‘Dat kan ik me goed voorstellen. Maar als je om je heen kijkt kun je denk ik
niet meer (geestelijk) in slaap sukkelen.’

Dat zeer zeker niet. We zien de dingen zich toespitsen in het Midden-Oosten
en in de hele wereld overigens. En dan te bedenken wat er allemaal in Open-
baring staat. Daar is de vulkaanuitbarsting op IJsland nog maar kinderspel
bij, net als de vreselijke tsunami’s die al geweest zijn.

‘Wat een genade dat wij weggerukt worden. Het is geen enkele verdienste van
ons zelf. Het is alleen aan Gods genade te danken.’

Bovendien leven wij in Nederland in een enorme welvaart, luxe. We maken ons
druk over een paar vakantiedagen als we door het vliegverbod een paar dagen
later terugkeren van de zon.
Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 5, dat de héle gemeente weggerukt wordt
ook degenen die geestelijk in slaap gesukkeld zijn.

‘Er staat zoiets van ‘hetzij wij waken, hetzij wij slapen’, toch?’

Het hangt daar ook niet van af of wij meegaan naar de Heer in de lucht. Gelukkig
staat ook dat helemaal los van onze eigen inspanningen. Paulus schrijft, dat dat
gebeurt
door onze Heer Jezus Christus, die voor ons stierf !
Bovendien staat er bij, dat (vers 9) God ons niet gesteld heeft tot toorn, maar tot
verkrijging van redding
.

‘Daar word ik blij van, het is pure genade, heerlijk, wat een uitzicht geeft God!’

Woord vandaag

‘Het laatste stuk van Johannes 9 is best mooi. De blindgeborene heeft
maar een paar woorden van de Heer nodig. Hij gelooft!’

Ja, mooi he. Tekenend: zodra hij uit de synagoge geworpen is, komt Hij
de Heer tegen. En hij gelooft in Hem als de zoon van God!

De Heer spreekt dan van zijn komst, het is een gericht, dat tweeledig uitpakt:
zicht voor de blinden en blindheid voor de zienden. Dat is geestelijk bedoeld.
De blindgeborene kreeg zicht en dat letterlijk en geestelijk. Vooral dat laatste
is heel wezenlijk. Zo is hij een type van het volk, dat tot geloof komt, als zij uit
hun eigen leerhuis loskomen en Hém als hun Messias gaan aanvaarden.

‘En dat antwoord van de Heer aan de farizeeën? Hoe moet je dat zien?’

De Heer zegt, dat zij van zichzelf meenden te zien. Zij waren blind voor het
feit, dat zij zelf zondaren waren. Zij meenden rechtvaardig te zijn. Zoals
Paulus schrijft in Romeinen 9:31,32 dat zij (Israël) de gerechtigheid niet
uit geloof, maar uit werken van de wet zochten. Zij stootten zich aan de
steen des aanstoots, de Heer Jezus Christus. Zij bleven blind.

Dat blijkt allemaal, als de Heer zelf komt als het licht van de wereld (Jo-
hannes 9:5), dan blijkt de duisternis van het hart en de overleggingen die
mensen hebben.

Eens zal alle duisternis uit het heelal verdwenen zijn en zal iedereen Hem
kennen zoals Hij is, en zal God alles in allen zijn! Dát licht straalt uit de blijde
boodschap zoals Paulus die verkondigde!

Woord vandaag

‘Als je de vervolgverzen leest, sta je verwonderd hoe het is gegaan.’

Ja, hij wordt in de verzen 24-34 in feite verzocht zijn woorden te herzien
of op zijn minst zijn verhaal aan te passen. In vers 27 antwoordt hij vrij
scherp en vraagt hun of zij discipelen van de Heer wilden worden! Dat is
mooie ironie. Degenen die dat wel het minst wilden waren zij, de farizeeën.
Zij waren al geleerd en konden absoluut zich niet voorstellen dat zij opnieuw
iemand nodig hadden die onderricht aan hen zou geven.
Zij waren zó gewend anderen de les te lezen, ze reageren furieus als een ander
iets naar voren brengt, dat gewoon waar is, en daarmee hen te kijk zet.

Hun minachting voor hem en voor de Heer blijkt overduidelijk, zíj hadden
immers (geleerd van) Mozes! Merk dat op in vers 28: ‘jij bent Zijn discipel;
wíj zijn discipelen van Mozes’.

In vers 30-33 worden zij in feite door die mens (blindgeborene) vastgezet.
Ze konden geen kant op. Als Hij de ogen opende van Zijn volk, dan moest
Hij wel de door God gezondene zijn, dat hadden de profeten immers gezegd!

De leiders worden op hun eigen terrein verslagen. Zij hadden Mozes, maar
wilden Hem niet erkennen, waarvan Mozes in Deuteronomium 18:15-18
gesproken had. Híj, Jezus, was die profeet (zie Johannes 9:17)!

Dat namen zij uiteraard niet en hij werd uit de synagoge geworpen. Zij zagen
hem als een verwarde geest die niet wist waar hij het over had. De Messias?
Echt gekomen? Nee, dat kon niet. Jezus paste niet in het beeld, dat zij zich
van Hem gevormd hadden. Zij hadden de tijd kunnen onderkennen uit o.a.
Daniël 9:24-27. De 69 weken waren bijna om. Maar zij hadden de tijd van hun
bezoeking niet gekend en volhardden in hun religieuze systeem. Het kon ge-
woon niet anders zijn dan zij dachten.

‘Opvallend, de overeenkomsten met hoe het nog steeds er aan toe gaat in de
christelijke wereld. Als je geloof in Hem (en dus in Zijn woord) niet past of te
ver gaat, wordt je eruit geworpen. Zo simpel is dat. Het gebeurt, vandaag nog
steeds.

Heeft men dan niets geleerd van Johannes 9?’