Woord vandaag

‘Mooi, hoe we gisteren ineens de wijsheid van het Woord in de
praktijk zagen.’

De Spreuken zijn praktisch gericht, naast de diepere lagen die er
ook in zitten. Vandaag kijken we naar vers 6 van Spreuken 4:

verlaat de wijsheid niet en zij zal je bewaren,
heb haar lief en zij zal je beschermen.

Ligt in het verlengde van vers 5. Het niet vergeten, niet afwijken
van het woord van God wordt nu vervolgd met: verlaat de wijsheid
niet. Het woord ‘bewaren’ is het Hebreeuwse woord ‘sjamar’, dat een
nog sterkere betekenis heeft: bewaken. De naam van de stad Samaria
is ervan afgeleid. De wijsheid zal je bewaken, als je haar niet verlaat.

‘Dicht bij de wijsheid van God blijven, dus. Die bewaart en bewaakt je.’

Ja, dé wijsheid en  de kracht van God (1 Corinthiërs 1:30,31) is Christus.
Wij zouden ons ernaar uitstrekken (jagen) Hém te kennen en de kracht
van Zijn opstanding. Zoals Paulus in Filippenzen 3 schrijft. Hij is het, in
wie al Gods volheid woont en wij hebben Hém nodig. Niet de filosofie van
mensen. Daarbij blijven is voor ons noodzakelijk. We leven gericht op de
grote toekomst de Hij gaat geven.

‘In de tweede regel wordt het positief gesteld: heb haar lief en zij zal je
beschermen.’

Het is het Hebreeuwse ‘ahavah’, dat ‘liefhebben’ betekent. Aardig is, dat
dit woord de getalswaarde (gematria) 13 heeft, net als het woord ‘een-
heid’ in het Hebreeuws (èchad)! Liefde bewerkt eenheid en 13 staat ook
voor een nieuw begin in de schrift. We zijn bijzonder bevoorrecht, die
wijsheid van Gods woord tot ons te nemen en te zien, hoe Hij Zijn plan
vervult, in wijsheid!

‘Dat betekent ook heel praktisch: Gods woorden toepassen!’

Ja, vrede is het grote sleutelwoord voor de praktijk van ons leven. Ons
leven is per definitie geloofsleven. We leven door geloof (Hebreeën 11),
we wandelen door geloof (2 Corinthiërs 5:7). Dat is wat we zouden doen,
met de wijsheid die God geeft. We houden, voor zover het van ons afhangt,
vrede met alle mensen, inzonderheid de geloofsgenoten, en dat laatste is
soms al lastig genoeg!

Woord vandaag

‘We kijken weer naar een vers (5) uit Spreuken 4, en ik ben
er blij mee.’

verwerf wijsheid, verwerf inzicht,
vergeet niet een van de woorden van mijn mond en wijk er
niet van af.

Twee keer het woord ‘verwerven’ in deze zin; het Hebreeuwse
woord ‘qanah’ betekent ‘verwerven’ of ‘door inspanning in bezit
krijgen’; heeft te maken met: ‘het proces van verzamelen van al-
lerlei takjes voor een nest’.  Wijsheid en inzicht komen de mens
niet aanwaaien. Wijsheid (Hebreeuws: chokmah) en inzicht kun
je deels door levenservaring opdoen. Voor het overgrote deel
komen deze echter door de inwerking van het woord van God in
je hart over een reeks van jaren.

‘Ja, dat blijkt uit de tweede regel van deze Spreuk.’

De woorden van een wijze vader tot zijn zoon gesproken. De vader
is wijs geworden en probeert zijn zoon wijsheid en inzicht mee te
geven. Hoeveel sterker geldt dat voor ons als zonen van God!
Dat
woord, dat kostelijke, vooral via Paulus zouden we niet vergeten
en er niet van afwijken. Beide processen gebeuren maar al te snel
in het leven van gelovigen.

‘Beide liggen in elkaars verlengde; van het een komt het ander.’

Meestal wordt eerst het woord van Paulus vergeten, of raakt op de
achtergrond. Daarna duurt het niet lang meer of men wijkt van Paulus
af. Daarmee van de woorden van de verheerlijkte Christus Jezus.
Ook dat wat gezegd wordt van hoe de ekklesia’s (gemeentes) zouden
functioneren.
Dat is wezenlijk anders dan bij Petrus en Johannes in de koninkrijks-
gemeente. Bij Paulus lees je bijvoorbeeld niets over 1 voorganger die
de plaatselijke ekklesia leidt. Het gaat steeds om gezamenlijk optrek-
ken van de opzieners en de oudsten.

Woord vandaag

‘Het is opmerkelijk, hoe de Schriften steeds van de Heer
spreken!’

Hij onderwees mij en zei tegen mij:
laat je hart Mijn woorden vasthouden
neem mijn geboden in acht en leef

Het ‘onderwees’ is het Hebreeuwse woord ‘yarah’ waar
onder andere het woord ‘Jordaan’ van afgeleid is. Het
heeft met stromen (van woorden) te maken. Wordt in
verband met stromend water gebruikt. Water is een beeld
van het woord van God.

‘Het spreekt voor zich dat wij het woord van God kunnen
indrinken, dagelijks!’

Zo kunnen we ons steeds bewust zijn van Zijn genade en Zijn
heerlijkheid. Het hart, dat de woorden van Jahweh, van God,
vasthoudt, is een gezegend hart, want het wordt verlicht met
dat wat God zegt. Zoals van Maria een aantal keren staat: ‘en zij
bewaarde de woorden die de engel gesproken had, in haar hart.’
Dat is ook ons voorrecht: dat woord van God in ons hart hebben!

‘Maar die derde zin? Geboden doen en leven?

De gedachte hierbij is, dat het gaat om leven in de komende eon,
die van het aardse koninkrijk. Een uitlegger als dr. E.W. Bullinger
verwijst naar Leviticus 18:5. Daar wordt gewezen op het ‘doe en
leef’, en zou dan verwijzen naar het leven in de eon van het aardse
koninkrijk (en daarna). Het gaat niet om doen om dat leven te
verdienen. Het gaat om geloof! Oók onder de Thora. Strikt geno-
men was het een bediening van de dood, men kon alleen door
geloof leven, zoals de profeet Habakuk (2:4) al zei!

Woord vandaag

‘Wat zitten er toch veel leerzame dingen in dat boek
Spreuken!’

Het derde vers van Spreuken 4 zegt ons weer iets opvallends:

want ik was een zoon voor mijn vader
teder, en een enig kind voor mijn moeder

Dit kun je zo toepassen op de Heer Jezus in Zijn jonge
dagen op aarde. Vader Jozef (…) en moeder Maria zorg-
den goed voor Hem en Hij leerde van jongs af de Thora.
Daardoor leerde Hij van Zijn werkelijke Vader.

‘Later deed Hij op 12-jarige leeftijd de leraren in de heilige
plaats versteld staan door Zijn vragen!’

Ja, en Hij was ook nog enige dagen (…..) zoek (verborgen)
voor Zijn ouders. dat is weer typologisch iets moois. We
zijn eraan gewend dat de drie dagen steeds iets uitbeelden.
Later zou Hij zich steeds meer bewust zijn van Zijn zoon-
schap. Dat is een steeds weer terugkerend thema in de Schrift,
het zoonschap van de Heer Jezus Christus.

‘Ja mooi, en wij zijn toch ook zonen?’

Dat is ook weer iets geweldigs. Wij hebben de zoon-plaatsing
in Hem (Efeziërs 1:5) ontvangen. Dat houdt voor ons in: straks
te midden van de hemelingen ons hemels lotdeel lijfelijk (met
ons heerlijkheidslichaam) in bezit nemen. Daar zullen wij echt
in onze bediening komen, die God voor ons gereedmaakt.

‘Wat een geweldig uitzicht! Ik kan bijna niet wachten!’

Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, daaruit verwachten
wij onze redder, de Heer Jezus Christus, die ons vernederd
lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig gemaakt zal
worden aan Zijn heerlijkheidslichaam, in overeenstemming
met de kracht waarmee Hij ook alles aan zich kan onderschik-
ken! Het volle zoonschap van Christus Jezus is dan bereikt!