Woord vandaag
en voor zo ver het niet zonder
eed zweren was (want zij zijn
inderdaad zonder eed zweren
priesters geworden Hij echter
met het zweren van een eed
door Degene Dietegen Hem
zegt:
Hebreeën 7:20,21a
Dat God met een eed zwoer
bij Hem Die Hogepriester zou
zijn, zegt veel. Bij de belofte
aan Abram was dat zo. God
heeft ook gezworen, dat voor
Hem elke knie zal buigen en
elke tong Hem zal loven,
Jesaja 45:23. In Psalm 110,
waar de schrijver naar wijst,
zwoer Jahweh ook. Hij kon
niet zweren bij een hogere,
want Hij is Zelf de Hoogste
van allen. Het is dan ook
een uiterst belangrijke fase,
de 1000 jaar waarin Hij Zijn
zijn volk en de natiën nader
inzicht zal geven.
Zijn Zoon, is hét onderwerp
in Gods woord. Vanaf 1:1
is de Hebreeënschrijver
bezig de Zoon centraal te
stellen. Want in Hem, door
Hem en tot Hem is immers
het al geschapen!
En die unieke Zoon is dan
-met een eed- aangesteld
als veel hogere Priester
dan alle voorgaande die
in Israël functioneerden.
Woord vandaag
Mag echter de Heer jullie
doen toenemen en overvloeien
in liefde voor elkaar en voor
allen, net als ook wij voor jullie
1 Thessalonicenzen 3:12
De liefde van God is zichtbaar
in het hele optreden van de
apostel. Het draaide niet om
hem zelf maar om de Heer.
Zijn gebed was, dat die liefde
volop mag functioneren naar
elkaar. Dat zou bij gelovigen
ook zo zijn, altijd. We zien in
de regel echter vaak andere
dingen zoals eigenbelang, het
vlees, het in de praktijk niet
meegekruisigd zijn met Hem.
Dat verhindert het stromen
van Gods liefde. Het oude ik
kan niet liefhebben met de
liefde van God. Want die is
simpelweg niet aanwezig als
men nog niet Gods geest in
genade ontvangen heeft.
Woord vandaag
Mag echter onze God en Vader
Zelf en onze Heer Jezus onze
weg naar jullie toe wenden
1 Thessalonicenzen 3:11
Paulus was zich diep bewust
van zijn totale afhankelijkheid
van zijn God en Vader en Zijn
Zoon. Zijn verlangen, intens
gebed, was om de gelovigen
daar te ontmoeten, geloof te
delen rondom het Woord. En
in het samenzijn bemoedigd
te worden. In het licht van vers
10 was het ook zijn verlangen
in wat ontbrak aan hun geloof
te voorzien. Dat mocht hij al
doen in deze brief.
De verwachting was volgens
Zacharia 12 en 14, dat Hij, de
Messias Jezus, Zijn voeten op
de Olijfberg zal zetten. Dat zou
pas gebeuren na al wat in de
profetie van Daniël voorzegd
was; grote verdrukking.
Israël was hiervan op de hoogte.
Maar nu God een apart werk
doet te midden van de natiën
en hen roept tot heerlijkheid,
waren er allerlei vragen. Hoe zit
dat met hen in de toekomst?
Wat gebeurt er met hen die al
te ruste gelegd zijn?
Een heerlijk antwoord komt in
deze brief!
Woord vandaag
en voor zo ver het niet zonder
eed zweren was (want zij zijn
inderdaad zonder eed zweren
priesters geworden Hij echter
met het zweren van een eed
door Degene Die tegen Hem
zegt:
Hebreeën 7:20,21a
De schrijver benadrukt, dat Hij
Die kwam, groter is dan Mozes
en Aäron. De gelovigen uit het
volk Israël, zó gewend aan een
goddelijke eredienst, waarin de
Levitische priesters alles deden,
werden meegenomen. Vanaf 1:1
spreekt hij over de verhoogde
Zoon van God, Jezus Christus,
Die óók als Hogepriester wordt
voorgesteld – en dat ook is. In
deze fase van de brief wordt
echter wel duidelijk, dat dit een
tijdelijke functie is, die hen zou
brengen naar betere geestelijke
‘dingen’. Het bijzondere van zijn
betoog is, dat deze hogere orde
al in Tenach was vermeld. Wij
lazen in Hebreeën 7:17 al, dat
Hij voor de eon die functie van
Hogepriester aangezegd kreeg.
Dat is onmiskenbaar de 1000
jaren waar Openbaring 20 van
spreekt. Daarna zal de nieuwe
schepping komen.