Het eerste had dan inderdaad
ook verordeningen van de
dienst aan God, naast een
wereldlijke heilige plaats
Hebreeën 9:1
Het oude verbond bevatte
ook voorschriften voor de
dienst aan God. Die waren
aan Mozes gegeven voor de
wereldlijke heilige plaats.
In het systeem dat toen was
(kosmos = systeem = wereld),
had Jahweh de ontmoeting
geregeld, eens per jaar, met
de hogepriester. Zo hadden
de zonen van Israël, zoals we
gezien hebben, toegang tot
Jahweh via bloed van dieren.
De hemelsen die tot God wil-
den naderen, konden dat in
elk geval niet. Het ontbrak ze
aan zo’n mogelijkheid. In een
vergelijking gezegd: hadden
zij een mens als offer kunnen
brengen, dan eventueel wel,
zo hebben zij wellicht gedacht.
Dit zou een verklaring kunnen
zijn voor de mensenoffers die
in allerlei religies gebracht
werden, zoals de Azteken. De
machten en krachten konden
hen kennelijk zo ver brengen.
Denk ook aan de kinderoffers
in het dal Hinnom aan afgod
Moloch. Vreselijk.
Uiteindelijk zou Jahweh, Vader
van Israël, Zijn eigen Zoon als
Mens op aarde sturen. Ja, om
uiteindelijk zelfs te sterven in
een vreselijke kruisdood. Dat
was Zijn liefde – noodzakelijk
geworden door de zonde.