Wie zijn dat? Filippenzen geeft antwoord
en oriëntatie op onze wandel en gedrag.
Paulus benoemt in Filippenzen 3 enkele
zeer belangwekkende aspecten.
Naluisteren: HIER
Vrienden van het kruis
Woord vandaag
Want jullie doen dit ook ten
opzichte van alle broeders in
geheel Macedonië.
Wij spreken jullie echter aan,
broeders, daarin veeleer over
te vloeien
1 Thessalonicenzen 4:10
De Thessalonicenzen waren
voorbeelden geworden voor
heel Macedonië en Achaje,
zo blijkt uit 1Thes.1:7,8.
Voorbeelden zijn goed als zij
in geloof, verwachting, liefde
wandelen. Paulus was/is ons
voorbeeld, hij volgde Christus
na. In liefde te wandelen; dat
zouden de Thessalonicenzen
– en wij – meer doen, en erin
overvloeien. Wij kunnen nooit
zo volkomen zijn als de Heer,
maar wél ernaar ‘jagen’ in de
goede zin. Men had vanuit de
(plaatselijke) geroepenen ‘de
broeders’ in heel Macedonië
lief. Wellicht waren daar, net
als in onze dagen, kleine ver-
schillen in ‘opvatting’ over
aspecten van Gods woorden.
Al snel zullen die verwijdering
kunnen veroorzaken. Bedenk
echter, dat partijschap, sekten
horen bij de akelige werken
van het vlees. Zij die het leven
van Christus hebben, horen bij
Zijn lichaam. Onderling zou dat
automatisch de liefdeband in
Hem tot gevolg hebben.
Woord vandaag
Over de broederlijke vriend-
schap echter, hebben wij niet
de behoefte jullie te schrijven,
want zelf zijn jullie door God
onderwezen om elkaar lief te
hebben.
1 Thessalonicenzen 4:9
Wij leren van God Zijn liefde
uit te oefenen. En in de vele
onderlinge samenkomsten,
gemeenschap van Zijn Zoon
te praktiseren.
De Filadelfia, broederlijke
vriendschap, zou normaal
zijn onder gelovigen. Dat de
gelovigen elkaar genegen
zijn; het zou automatisme
in de ekklesia’s zijn. Zie ook
wat Romeinen 12:10 zegt.
Als je bewust bent dat je lid
van het lichaam van Christus
bent, net als de ander, dan is
daar de liefdeband in Hem.
In de praktijk kan daarmee
van alles ‘misgaan’. Want we
leren een hemelse roeping,
het lotdeel boven.
Dan is er strijd, tegenstand.
Tegenwerker en personeel:
machten, krachten van de
boze zijn erop uit gelovigen
tegen elkaar uit te spelen.
En dat gebeurt daar waar de
gelovigen niet langer Paulus
navolgen, in kleine of grote
aspecten.
Woord vandaag
Het eerste had dan inderdaad
ook verordeningen van de
dienst aan God, naast een
wereldlijke heilige plaats
Hebreeën 9:1
Het oude verbond bevatte
ook voorschriften voor de
dienst aan God. Die waren
aan Mozes gegeven voor de
wereldlijke heilige plaats.
In het systeem dat toen was
(kosmos = systeem = wereld),
had Jahweh de ontmoeting
geregeld, eens per jaar, met
de hogepriester. Zo hadden
de zonen van Israël, zoals we
gezien hebben, toegang tot
Jahweh via bloed van dieren.
De hemelsen die tot God wil-
den naderen, konden dat in
elk geval niet. Het ontbrak ze
aan zo’n mogelijkheid. In een
vergelijking gezegd: hadden
zij een mens als offer kunnen
brengen, dan eventueel wel,
zo hebben zij wellicht gedacht.
Dit zou een verklaring kunnen
zijn voor de mensenoffers die
in allerlei religies gebracht
werden, zoals de Azteken. De
machten en krachten konden
hen kennelijk zo ver brengen.
Denk ook aan de kinderoffers
in het dal Hinnom aan afgod
Moloch. Vreselijk.
Uiteindelijk zou Jahweh, Vader
van Israël, Zijn eigen Zoon als
Mens op aarde sturen. Ja, om
uiteindelijk zelfs te sterven in
een vreselijke kruisdood. Dat
was Zijn liefde – noodzakelijk
geworden door de zonde.
Woord vandaag
In het zeggen: “nieuw” heeft
Hij het eerste oud gemaakt.
Wat echter oud wordt en
vergrijst, is nabij de verdwijning.
Hebreeën 8:13
Terwijl Hebreeën vaststelt,
dat het oude verbond allang
vergrijsd is en verdwenen,
leven velen nog steeds daar
onder. Alsof dat oude verbond
nog steeds volop geldt. Zelfs
ware gelovigen vinden dat zij
naar die regels moeten leven.
Maar de aan hen geschonken
geest van God (Rom.5:5) is
geweldig. Daardoor zouden
wij als gelovigen leven. En dan
is het leven in Gods liefde, dat
boven de Thora uitgaat.
Paulus, in Romeinen 13:8-10,
stelt dat vast.
Hebreeën laat zien: gelovige
Israëlieten, jullie ontvangen
zegen van het nieuwe verbond.
Hebreeën benadrukt Christus’
hoge, verheerlijkte positie als
de Zoon van God. En wijst op
geloof, dat principe dat met
Gods genade in harmonie is.