Je aan elkaar onderschikkend in de vrees
van Christus. En het huwelijk, zoals dat in
de Schrift naar voren komt. Wie is de bruid?
Naluisteren: deel A en deel B
Presentatie: HIER
Woord vandaag
welke Hij gewijd heeft voor
ons, een verse geslachte en
levende weg door de
voorhang, dat is Zijn vlees
Hebreeën 10:20
Op een aparte manier geeft
de heilige geest hier aan, wat
de Heer Jezus bewerkte. De
weg naar de Vader is vrij. De
zonen van Israël; vrijmoedig
kunnen zij Hem naderen.
Het is een vers geslachte en
levende weg. De dood, Zijn
‘slachting’ gebeurde aan het
kruis. Om tot God te naderen
is nu het slachten van dieren
niet langer nodig. En Hij leeft,
Vader wekte Zijn Zoon op uit
de dood. Daarom is de weg
ook levend en kan niet meer
doods worden. Dat ging ook
door de voorhang heen.
Toen Zijn dood daar was, en
Hij stierf, werd de voorhang
opengetrokken; die scheurde
van boven naar beneden in
het midden door. Vrij ingang!
De voorhang hing al in de tent
van ontmoeting: de tabernakel.
Dit scheidde het allerheiligste
van het heilige. Die voorhang
zo mogen wij nu weten, was
in Gods oog: het vlees waarin
Zijn Zoon kwam en waarin de
zonde werd veroordeeld. Zo
hebben de leden van Christus’
lichaam nu vrije toegang, door
Zijn geloof.
Woord vandaag
Wij dan, broeders, vrijmoedig-
heid hebbend tot de ingang
van de heilige plaatsen in het
bloed van Jezus
Hebreeën 10:19
Wat uitgebreid betoogd is in
deze brief, wordt duidelijk in
dit vers uitgesproken. De Heer
is Zelf de hemelen doorgegaan
met Zijn bloed, tot de Vader.
Daarom is de ingang in wat in
deze brief als ophemelse heilige
plaatsen is genoemd, vrij voor
de gelovige. Geen priesters of
levieten meer nodig. De offers
en naderingsgeschenken zijn
wat dit betreft overbodig. De
gelovige uit Israël kan Hem in
gebed naderen, rechtstreeks.
Dat moet voor de zonen van
Israël verbazend zijn geweest
als ze dit hoorden. Hier gaat
het vooral om het naderen tot,
en dat is op zich al geweldig.
De diepe geestelijke betekenis
is bij Paulus in zijn brieven te
lezen. In Hebreeën klinkt niet:
gerechtvaardigd om niet in Zijn
genade, door de vrijkoping die
in Christus Jezus is.
Als lezers die Paulus’ evangelie
horen, hebben wij dit – en meer
verschillen – voor ogen.
Woord vandaag
Waar er echter vergeving is
van deze dingen, is er geen
naderingsgeschenk meer
aangaande de zonde
Hebreeën 10:18
Nu is vergeving voor Israëls
zonen definitiever; het is nu
gebaseerd op het bloed van
Christus. In de periode van
Handelingen kreeg Israël op-
nieuw het koninkrijk ‘aange-
boden’. De Heer Jezus bad
immers aan het kruis om
vergeving voor Zijn volk, God
schonk dat. Na Zijn dood en
opstanding zijn geen andere
naderingsgeschenken meer
nodig. Israël zal toch opnieuw
de offerdienst instellen als de
tempel ‘op de heilige plaats’
gebouwd is. Dat is, geestelijk
gezien, in ongeloof.
In Joods-orthodoxe geledingen
erkent men Jezus niet als het
ware Offer. Het tempelinstituut
is daarom heel hard bezig het
grote verlangen naar herbouw
van de tempel te realiseren. In
feite is alles daarvoor gereed.
Paulus meldt dat de wetteloze
zich zal situeren in de tempel,
en de aanbidding zal door hem
opgeëist worden. Hij zal offer
en ritueel stopzetten, zo geeft
Daniël aan. Pas na 1290 dagen
zal dat hervat worden.
Woord vandaag
‘Mijn wetten op hun harten
gevend, en op hun denkver-
mogen zal Ik ze opschrijven
En aan hun zonden en hun
wetteloosheden zal Ik in
geen geval nog herinnerd
worden.’
Hebreeën 10:16b,17
Het nieuwe verbond, wat God
met Israël en Juda in het rijk
van Zijn Gezalfde Jezus sluit,
ziet er zo uit. God zal dan Zijn
onderwijs in de harten van de
zonen van Israël schrijven. In
hun denken zal de eer van hun
God, Jahweh, en Zijn Zoon de
Heer Jezus Christus, centraal
zijn. De wetteloosheden heeft
Hij dan door Christus van hen
weggenomen; Paulus schrijft:
“Hij Die bergt zal aankomen
uit Sion, Hij zal de oneerbiedig-
heden afkeren van Jakob.
En dit is het verbond van Mij
met hen, wanneer Ik hun
zonden zou afhakken.”
Romeinen 11:26b,27
Op grond van het kostbare
bloed van Christus, zal God
hun zonden en krenkingen
niet meer herinneren. In de
komende eon zal Israël het
volk zijn zoals God bedoelde.
Als koningen en priesters zal
hun functie zijn: de natiën tot
onderschikking brengen aan
de Gezalfde Jezus, hun Heer.
In de laatste eon zullen zij als
koningen de natiën regeren.