Want wij kennen Hem Die
zegt:”‘Aan Mij de wraak, Ík
zal vergelden,’ zegt de Heer,”
en weer: “De Heer zal Zijn
volk richten.”
Hebreeën 10:30
De ernst van ongeloof bleek
uit vers 29, waar 3 getuigen
genoemd zijn. Paulus citeert
ook Deut.32:35,36. Mozes
verwijst profetisch naar een
zeer verre toekomst. Vooraf
zijn in de geschiedenis van
Israël deze woorden enkele
keren vervuld. In genoemd
gedeelte staat ook de tijd:
‘als hun voet zal wankelen’.
Dat geldt Israël én de natiën
in de dag van Jahweh, als
Hij richt. De verontwaardiging
van God zal zó hevig zijn, dat
de hele schepping, hemelen
en aarde, in beweging zullen
zijn. Letterlijk, want op aarde
zal een enorme aardbeving
(Ope.16:18-21) zijn. Ook zal
Babylon verwoest worden,
er is dan geen houden meer
aan. Dit wisten de Hebreeën
waaraan deze brief gericht is,
waarschijnlijk niet. Maar uit
eerdere gerichten over Israël
en volkeren beseften zij wel
de ernst van deze woorden.
Ja, gericht van Jahweh komt
over de natiën, maar Zijn volk
zal Hij ook richten.

