Waar er echter vergeving is
van deze dingen, is er geen
naderingsgeschenk meer
aangaande de zonde
Hebreeën 10:18
Nu is vergeving voor Israëls
zonen definitiever; het is nu
gebaseerd op het bloed van
Christus. In de periode van
Handelingen kreeg Israël op-
nieuw het koninkrijk ‘aange-
boden’. De Heer Jezus bad
immers aan het kruis om
vergeving voor Zijn volk, God
schonk dat. Na Zijn dood en
opstanding zijn geen andere
naderingsgeschenken meer
nodig. Israël zal toch opnieuw
de offerdienst instellen als de
tempel ‘op de heilige plaats’
gebouwd is. Dat is, geestelijk
gezien, in ongeloof.
In Joods-orthodoxe geledingen
erkent men Jezus niet als het
ware Offer. Het tempelinstituut
is daarom heel hard bezig het
grote verlangen naar herbouw
van de tempel te realiseren. In
feite is alles daarvoor gereed.
Paulus meldt dat de wetteloze
zich zal situeren in de tempel,
en de aanbidding zal door hem
opgeëist worden. Hij zal offer
en ritueel stopzetten, zo geeft
Daniël aan. Pas na 1290 dagen
zal dat hervat worden.