zouden wij naderen met een
waarachtig hart, in volkomen
zekerheid van geloof, de
harten besprenkeld, los van
een boos geweten en het
lichaam gebaad in rein water
Hebreeën 10:21
De schrijver benadrukt nu een
belangrijk punt. De zonen van
Israël kunnen God naderen. In
de tijd die voorbij was, kon dat
absoluut niet. Zelfs al zou de
hogepriester het allerheiligste
ingaan als het niet Jom Kipoer
was, dan zou hij sterven.
Zó strikt was het voorschrift.
Maar nu kan de gelovige uit
Israël, met een schoon geweten
en een waarachtig hart de God
naderen. De harten besprenkeld
is beeldspraak die herinnerde
aan Jom Kipoer/beschermdag.
Immers, de Heer Jezus Christus
is met Zijn eigen bloed door de
hemelen gegaan (Hebr.4:14) en
zit nu aan Gods rechter(hand) in
het ophemelse (Hebr.7:26-28).
De weg tot de troon van genade
waarvan het beschermdeksel
een type was, is vrij. En nu kan
de gelovige uit Israël de Vader
naderen in volkomen zekerheid
van geloof.