‘Onze plaats weten wij: boven bij Hem, te midden van de hemelingen.
Dat beïnvloedt alles wat wij doen?’

In feite wel. Als je meent dat een glanzende maatschappelijke carrière het
hoogste goed is, dan heeft deze verwachting kennelijk geen invloed op jou
als gelovige. Je kunt misschien een Koninklijke onderscheiding verwerven,
dat staat mooi, maar in het licht van het evangelie van genade betekent het
niets. Al die inspanning was immers op jezelf gericht, jij staat in de wereldse
schijnwerpers. En dan? Zal dat bij de bema tellen?

‘In het licht van het evangelie van Paulus wordt alles betrekkelijk?’

Als je Filippenzen erop naslaat, dan lees je dat de apostel al wat hem winst
was nu schade en vuilnis achtte. Dus heel zijn opvoeding in het judaïsme
wierp hij op de vuilnisbelt. Het ging hem om één ding: Hém te kennen en de
kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap van Zijn lijden, om te komen
tot de uitopstanding uit de doden. Nu al de opstandingskracht van Christus
Jezus ervaren in het dagelijks leven.

‘Dat zijn dan indringende praktische consequenties.’

Veel gelovigen willen meetellen in de wereld, voor vol worden aangezien,
meegaan in de vaart van de volkeren et cetera. Dat staat haaks op het evan-
gelie van genade en verzoening, waarin het kruis en de opstanding van Hem
centraal staan. In de nieuwe schepping tellen vleselijke prestaties en aan-
zien niet mee. Daar is geen onderscheid meer tussen manlijk en vrouwelijk,
tussen Jood en Griek, slaaf en vrije. Allen zijn één in Christus Jezus. Daar-
mee rekent de gelovige –als het goed is!