‘Zo werd gisteren weer iets meer duidelijk over de wet.’

Je kunt de wet van Mozes niet op degenen leggen, die als recht-
vaardigen gesteld zijn. Zij weten zich in het bloed van Christus
gerechtvaardigd, door Zijn geloof en in Zijn genade om niet. Ook
hoef je dan niet te bewijzen dat je rechtvaardig bent. Want voor
wie zou je dat moeten? Voor God? Degene Die jou en mij recht-
vaardigt?

‘Geen werken van de wet vereist, dus.’

Ook voor Christus Jezus hoef je niet te bewijzen, dat je recht-
vaardig bent. Dat zou onzinnig zijn, want Hij stierf zelf in diep
vertrouwen, juist om die gerechtigheid van God te tonen. En
Hij heeft je geroepen en Zijn geloof is de grond van onze recht-
vaardiging. Moet een lid van Zijn lichaam nog bewijzen recht-
vaardig te zijn door het doen van de Thora? Nee!

‘Dan resteert nog één mogelijkheid: voor mensen.’

Wanneer jij je bewust bezig gaat houden met het doen van de
Thora, doe je dat kennelijk om voor anderen te bewijzen dat je
een rechtvaardige bent. Anderen die zelf ook de Thora houden.
Want die zetten jou onder druk om het ook te gaan doen. Meer
of minder subtiel, maar toch. Galaten 6 spreekt over zulke men-
sen, mensen, die anderen bewegen tot het doen van de Thora.

‘Galaten 6 is wel duidelijk over zulke mensen, ja.’

Zij willen op vlees roemen, dat wil zeggen: zij bewegen anderen
om ook de Thora te gaan houden om zelf te laten zien dat zij
volgelingen maken. Volgeling in het je aan de leefregels van de
wet houden. Toen gebeurde dat doordat men aangespoord werd
om zich letterlijk te laten besnijden. En wanneer je dat laat doen,
dan ben je verplicht héél de Thora te houden. In deze tijd wijst
men vooral op de tien woorden als leefregel, inclusief het onder-
houden van de sabbat op zaterdag.