21 juni 2020

‘We zijn allemaal één.’

Dat te erkennen bevrijdt van strijd en
vooroordelen. Verdeeldheid zit in het
vlees ingebakken. Naarmate je meer en
meer doordrongen wordt van de ware,
geestelijke eenheid, valt de onrust van
je af. In de brieven van Paulus komt de
ware eenheid naar voren. Deze is geba-
seerd op het kruis:

en de wet van geboden in inzettingen
buiten werking heeft gesteld, opdat Hij
de twee in Zichzelf tot één nieuwe mens-
heid schept, vrede makend, en beiden in
één lichaam met God door het kruis we-
derzijds verzoent, de vijandschap erin 
dodend
                         Efeziërs 2:15,16

‘Ja, fijn om dit te lezen.’

De vijandschap zit in het vlees; nu het 
vlees aan het kruis een einde heeft ge-
vonden, is ook de vijandschap gedood.
De wet van geboden in inzettingen was
op het vlees gelegd. Daarom werd die 
buiten werking gesteld. Nu de mens-
heid mede stierf op Golgotha, kan de
oude inzetting niet meer heersen. Het
enige dat nu nog regeert, is genade.

‘Best wel logisch, eigenlijk.’

We leven nu onder de genade, en dan
is in de praktijk het uitleven van een-
heid mogelijk. Onder een wettisch sys-
teem kan dat niet; je krijgt dan onher-
roepelijk strijd. Bovendien, wanneer
genade schenken uitgeoefend wordt,
is het juiste klimaat tot verdere groei
aanwezig. Één God, één Vader, één
Heer Jezus Christus, één lichaam van
Christus.