‘Ja, dat is maar mooi makkelijk, die genade, je hoeft er niets voor
te doen, hoor je weleens zeggen. Hebben die mensen gelijk?’

Het lijkt zo gemakkelijk, die genade van God, maar in de praktijk
o zo moeilijk. Waarom zouden mensen er zo over praten? Omdat
ze er tóch, diep in hun hart er zelf iets bij willen doen. Of zelf iets
van betekenis voor God willen zijn. Dat soort dingen.

‘Komt dat, omdat de mens eigenlijk graag religieus wil zijn?’

Het zit zó diep in de mens geworteld, soms zonder dat hij het zelf
beseft, dat hij zelf iets wil doen om beter voor God te komen. Als
mensen heel graag iets willen doen voor de ogen van andere men-
sen, dan zit volgens mij daar het idee achter dat ze dat ook voor de
ogen van God willen doen, van, zo – kijk mij eens!

‘En dat is onmogelijk bij het evangelie van de genade?’

Absoluut! Daarin komt naar voren, dat Gód en Christus  a l l e s  al
gedaan hebben, en wij zeggen dankbaar: dank U wel!
Kijk, dát is het evangelie. Verzoening gaat van God uit, Hij verzoent
de mens met Zichzelf, in Christus! Het is vrede!


‘Ja, het blijft geweldig, die boodschap die Paulus brengt.’

Het is en blijft de overstromende genade, waarin we dag in, dag uit
mogen leven. Laten we dat steeds beseffen; vrij in Hem!