‘We leven in de verwachting die echt is en God zal dat waar maken.’

Zeer zeker. We hebben dat rijke Woord van God, dat ons dagelijks bemoedigt en
aanspreekt. En nu we onlangs gekeken hebben in het boek Spreuken, lijkt het
goed, om daar eens verder in te kijken. Daarbij vergeten wij niet, dat wij altijd
in genade van God leven en dat er nooit iets kan zijn dat ons veroordelen kan.
De tekst van bijvoorbeeld Spreuken 3 van een aantal verzen is heel bekend, en
dan raken andere verzen soms wat onderbelicht. Laten we eens kijken.

‘Ja mooi, ik vond de dagen dat we stil stonden bij hoofdstuk 16 en 17 best fijn.’

Spreuken 3:1 zegt:

Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet,
en laat je hart mijn geboden in acht nemen

God spreekt hier tot Zijn zoon. Dat kan Israël zijn, een andere ‘laag’ is: de
leden van het lichaam van Christus (2 Timotheüs 3:14-17), die ook zonen
zijn. Het is ook: mijn zoon. Dat is heel mooi – de zonen zijn van Hem, zij
bouwen mee aan dat grote plan van Al (Onderschikker), en in die zin kun-
nen zij ook gerekend worden bij de Alueim, de onderschikkers, die mee-
werken in Gods plan om de onderschikking van allen te bewerkstelligen.

‘We steken gelijk af naar de diepte he. Bijzonder, dat wij daarbij horen.’

De term ‘onderricht’ is het welbekende Thora, de onderwijzing. Die komt
van God af naar de mens, heel Zijn woord is onderwijzing, zoals Paulus
aan Timotheüs schrijft –> ‘…heel de Schrift is God-geademd nuttig tot
onderwijzing,….’ (2 Timotheüs 3:16). De zonen zouden dat niet vergeten,
zo zegt dit vers in Spreuken.  Daarom blijft het nodig, dat we herhalen en
herlezen wat geschreven staat. God laat dan steeds nieuwe diepten zien.

‘Ja we vergeten zo snel wat Hij zegt, en voor je het weet gaan je eigen ge-
dachten met je op de loop.’

Daarom: dagelijks die gedachten tot je nemen, het werkt als medicijn!
De ‘geboden’ (Hebreeuws: mitzwot) zijn instructies of aanwijzingen die
God geeft in Zijn woord. Het woord ‘gebod’ klinkt voor velen als wettisch
in de oren en ligt dicht tegen het woord ‘verbod’ aan. We kunnen daarom
beter denken aan: aanwijzing of instructie. En het ‘in acht nemen’ is het
Hebreeuwse ‘natzar’; dat heeft met ‘bewaren’ of ‘behouden’ te maken. De
vorm die hier staat, is: zullen bewaren/behouden. Als je Zijn onderwijzing
niet vergeet (dagelijks tot je nemen), dan zul je Zijn instructies bewaren en
die zullen jou behoeden en vasthouden!